web analytics

Archief van
Categorie: fok!

Een echt wonder

Een echt wonder

Kinderen krijgen is een wonder. Het wordt ons vaak genoeg ingefluisterd en vreemd genoeg roept dit maar één enkele gedachte bij mij op. Kinderen laten ontpoppen als evenwichtige volwassenen die klaar zijn voor de wereld: dat is pas een mirakel.

Misschien bevind ik mij in een verkeerde vriendengroep, hoor ik verhalen van bekenden aan met vooroordelen en zou ik mij (kinderloos als ik ben) niet mogen uitlaten over opvoedkundige kwesties. Toch doe ik het. Oordelen. Praten over dingen die ik anders zou doen. Proberen mij te verbeelden wat de verantwoording voor een mensenleven met je doet. Lukt het? Natuurlijk niet.

Toch kan het hele kinderloze misschien wel een voordeel zijn. Ik luister naar de ervaringen van mijn vriendinnen zonder slaapgebrek. Geen kinderen die een einde aan mijn rust maken. Geen kleine problemen die langzamerhand steeds groter worden wanneer de koters hun eigen pad leren te bewandelen.
Ik ben geen moeder die de hele dag rond wandelt met het ‘doe niet, blijf af en luister nou!’-zinnetje. Nee. Ik ben gewoon een kindloze heks, die het allemaal beter weet. Een griet die van mening is dat er iets aan wanhopige ouders gedaan moet worden.

Test ze. Examineer ze op het ouderschap. Is het verliefde stel in staat om met elkaar een kind groot te brengen? Kunnen zij de slapeloze nachten aan? Zijn ze opgewassen tegen de streken die de kleine monsters zullen uithalen? En misschien nog wel belangrijker, kunnen zij elkaar met respect behandelen wanneer de relatie voorbij is en het kind dupe is van een gebroken thuis?

Hartzeer is voor velen van ons rampzalig. We verdrinken in verdriet, proberen de ex het leven zuur te maken en feesten er in sommige gevallen op los. Maar wat wanneer er een kind in het spel is. Zijn wij dan nog steeds papa? Mama? De rots in de branding voor ons kind? Of maken wij misbruik van de situatie en gebruiken wij ons kind om de tegenpartij eens flink dwars te zitten?

In mijn directe omgeving is het momenteel feest. Mevrouw Wereldmoeder heeft haar vent het huis uitgezet. Verbrak al het contact en liet Wereldvader zijn zoon niet meer zien. Elk weldenkend wezen zou wijzen naar een advocaat. Een bezoekregeling adviseren en het kind ontlasten van alle stress die dit soort zaken met zich meebrengen.
Wereldvader werkt zes dagen per week, heeft geen vaste vrije dag en tolereert het gedrag van zijn ex. Vriendin. Ex. Hoe ze tegenwoordig een knipperlichtrelatie ook durven noemen, hij pikt het. Zij neemt het er flink van. En het kind? Dat sukkelt door.

De kleine koter ziet hoe zijn ouders met elkaar omgaan en zal dit over een aantal jaar als normaal beschouwen. Op zijn beurt zal hij dit gedrag herhalen met zijn toekomstige vriendinnen, wat ooit voor nieuwe monsters zal zorgen. En dan? Is het examen ouderschap tegen die tijd misschien geen fantasie meer?

Niemand kan zichzelf voorbereiden op het ouderschap. De ouders in onze omgeving kunnen ons adviseren. Wellicht kunnen ze ons hier en daar een probleem besparen, maar er is niemand die ons kan laten voelen hoe het is. We zijn slechts onszelf. Een stel egoïsten die een onschuldig mensje op de wereld trappen. Kinderen goed opvoeden is een wonder.

Deze column staat tevens op FOK!.

Varkens in een bus

Varkens in een bus

Ze rolt met haar ogen en zucht. Met haar heksenvingers duwt ze haar bril hoger op haar neus en zucht vervolgens nog een keer. Nee, mijn busbuurvrouw heeft haar dag niet. Ik glimlach en kijk haar nog eens goed aan. Diep in haar ogen, tot mevrouw haar hoofd weg draait.

Stiekem denk ik dat ze het niet zo’n geweldige actie vond. Ik wilde graag naast haar zitten. Haar krullende rode haren kunnen ruiken en haar spannende WhatsApp-gesprekken kunnen meelezen. Lieve busbuurvrouw, ik wilde alleen maar vriendinnen worden! Gezellig onze wildste busverhalen met elkaar delen, totdat de tranen over onze wangen lopen. Tranen van het lachen, spierpijn van het gegiechel en de eerste busbende van het land beginnen. De Bus Angels!

Tijdens onze reis kruipt mevrouw steeds verder weg. Ik doe mijn best om contact te zoeken, maar ze wil niets van mij weten. Stiekem denk ik dat ik wel weet waarom. Ik ben het meisje dat haar brood heeft geplet. Het meisje dat in een volle bus besloot om op haar tas te gaan zitten.

Schandalig, maar waar. Ik kies niet voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten op mijn wiebelige benen. Ik kies voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten op mijn dikke achterste. Met of zonder boterham aan mijn kont geplakt. Ja, schandalig.

Het valt mij op dat we allemaal altijd weten wat manieren zijn. Je hoort ouderen en zwangeren te laten zitten in het openbaar vervoer. We hebben ervoor te zorgen dat oma haar nek niet breekt tijdens het instappen en helpen haar desnoods even met de bagage. Een echte heer of dame herinnert zelfs een leek waar hij of zij uit moet stappen. Ja, we weten het allemaal.

Toch bevind ik mij geregeld in een bus vol met schreeuwende kinders. Monsters die met hun vuile poten de zitplaatsen voor zich versieren met de bagger van straat. Terwijl de geur van een patatje speciaal de bus overheerst en een derde van de zitplaatsen voorzien is van een tas, zoeken oudjes tevergeefs een plekje. De bejaarden vinden een handbeugel in het gangpad en breken bij de komende drempels nog net hun heupen niet.

We weten beter, maar verdrinken liever in onze mobiel. We houden geen rekening met de mensen om ons heen. Busreizigers zijn net een stel varkens in een stal. We sluiten ons in het openbaar vervoer af als een stel autistische zombies voor alles om ons heen en vinden het vreemd als plots iemand boven op onze tas gaat zitten.

Ik bestudeer mijn busbuurvrouw met een sardonische glimlach. Iets jeukt tussen mijn bilspleet. Met een vriendelijk gezicht peuter ik het los van mijn achterste. Ah, ze had jam op haar brood. Ik kijk een keer de varkensstal in en pink het stukje brood weg. Wat een vreemde soort zijn we toch.

Deze column staat tevens op FOK!.

De vluchtelingen en het schaap

De vluchtelingen en het schaap

Waar gaat het heen met de wereld? We dobberen met z’n alle maar wat rond en verwachten dat alles vanzelf wel weer goed komt. Starend naar de horizon, wachtend op de kust. Met een beetje geluk overleven we de reis. Misschien winnen we zelfs de jackpot, en neemt een Nederlands gezin ons in huis.

Zet de kijkbuis aan en aanschouw het leed van de wereld. Kleine kinderen spoelen aan. Mannen nemen afscheid van hun gezin, hopend dat de dag van vereniging ooit aan zal breken. Gezinnen worden uit elkaar getrokken en ze zijn allemaal op de vlucht voor het kwaad. Dobberen op een bootje over zilte golven, biddend voor een redding. Een oplossing. Genade.

Of je nu voor of tegen de immigranten bent, het maakt allemaal geen kut meer uit. Ze zijn al onderweg. Duizenden. Het voelt voor mij dan ook of elke oplossing gelijk staat aan dweilen met de kraan open.

Toch denkt niet iedere simpele ziel hier hetzelfde over. Er waren zelfs twee moderne hippies die hun idee de wijde wereld in gooiden. Janet ten Brinke, één van de initiatiefnemers van de Facebook-pagina ‘Ik ben een gastgezin voor een vluchteling’, kon het leed niet langer aanzien. Er moest verandering komen. Al die hulpeloze vluchtelingen verdienen een beetje liefde. Een gezellige middag, een maaltijd en zoals haar man, Jurrien ten Brinke, zo liefkozend meldt; “gewoon de warmte van het samenleven delen.”

Dat het gelovige stel de vluchtelingen niet in huis wil nemen, vertellen ze vervolgens even tussen neus en lippen door. Ze mogen wel gezellig een dagje mee. Of een vorkje meeprikken ’s avonds. Ik bedoel: ze zijn de moeilijkste niet.


Binnen enkele dagen stijgt het aantal gastgezinnen aanzienlijk. Even krijg ik het gevoel alsof Nederland vol zit met zwakkelingen. Mensen die zich alle kanten op laten trekken door de media en niet verder kijken dan hun neus lang is. Op dit moment telt de Facebook community al meer dan 27.000 likes en als we de site gastgezinvoorvluchteling mogen geloven, zijn er meer dan 17.000 gezinnen bereid om zich op te offeren. Om iets goeds voor de samenleving te doen. Om te zeggen; kijk mij eens, ik help!

Ja. Dat is het lieverds. Het is niets anders dan een ‘kijk mij eens geweldig zijn’-actie. Over het leed van een ander heen. Getraumatiseerde mensen opnemen in je leven, om ze naar eigen inzicht te ondersteunen. Dat bijna niemand van ons echt weet hoe het is om een vluchteling te zijn vergeten wij maar even.

Ik vraag me af: waarom alleen de vluchtelingen? Waarom zetten wij de deur niet open voor mishandelde vrouwen die op de vlucht zijn geslagen voor hun ex de psychopaat? Waarom nemen wij daklozen niet mee uit eten? Hebben zij geen honger? Waarom vragen wij de lokale junk niet hoe het met hem gaat? Waarom zijn wij zo mediageil?

Verstandig of niet, schapen heb je altijd.

Deze column staat tevens op FOK!.

Op zoek naar een oplossing

Op zoek naar een oplossing

Met mijn schep los ik problemen op. Ik maak er een eind aan. Sla hem zonder enige aarzeling de grijze massa uit zijn hoofd en terwijl het bloed langs de muren naar beneden druipt, besef ik het. Ik ben net een kind. Met een zandkasteel.

Cassilda ben je dan nu echt gestoord geworden? Laat mij maar even. Kom anders even naast me zitten. Dan staren we samen naar de horizon. Op een denkbeeldige zomerdag, turend naar al dat kleine grut dat het strand versiert met zandkastelen.

Sommige kinderen zijn geboren kunstenaars. Ze bouwen de prachtigste creaties en maken mams en paps maar wat trots. Ja dat is ons ukkie! Die flikt dat! Isabella versiert de kastelen met gevonden schelpen, terwijl haar broertje Frederick zijn weg door de toekomstige grachten schept. Met beleid, want een koninkrijk staat natuurlijk niet binnen een paar tellen. Sommige kinders begrijpen dat. De kunst van de zandkastelen.

Andere monsters begrijpen er geen moer van. Die proppen het zand in een emmertje. Vergeten het zand in de emmer glad te strijken. Een emmertje dat trouwens zijn beste dagen heeft gehad. Het krakkemikkige ding hangt van scheuren aan elkaar. Nee dat kan niet goed gaan. Blinden zien dat nog.

Hoe dan ook, Martin keert het emmertje toch maar om. Hij heeft haast. Zijn maatjes willen zwemmen, vaders heeft een dikke, dronken Duitser gespot en wil eigenlijk een ander plekje gaan zoeken. Martin tikt zacht met zijn schepje op zijn emmer. Bidt tot de goden van het zand. Laat mijn kasteel staan. Laat dit het begin zijn van mijn koninkrijk.

Bibberend tilt hij de emmer op. Het zand stribbelt tegen, grijpt de vrijheid aan en zoals verwacht stort zijn eerste torentje in. Daar ligt het dan. In kleine hoopjes. Het koninkrijk is al gesneuveld voordat het überhaupt de kans op bestaan mocht grijpen. Arme Martin, met zijn haast kwam er natuurlijk niets van terecht.

Kleine Martin geeft niet op. Hij schept zijn emmertje weer vol, zet het bovenop de restanten van zijn ravage en slaat dit keer al zijn hoop uit op de emmer. Met zijn schep mept hij het versleten emmertje in stukken. Boem is ho, en kapot is toch echt kapot. Het zand ligt overal, de scherpe plastic stukken steken her en der uit en vaders schreeuwt dat kleine Martin moet opschieten. Hier komen en snel. Het kleine monster pakt zijn schep, rent snel door zijn verloren koninkrijk heen en kijkt niet meer achterom.

Zou Martin van Rijn zich ook zo voelen? De PGB-Kloot veranderde dit jaar in een hel voor veel persoonsgebonden budgethouders. Het systeem werd aangepast, gemeenten kregen er taken bij en fraude zou eens echt aangepakt worden. Meneertje van Rijn nam overhaaste beslissingen, gaf de betrokken instanties weinig tijd om zich goed voor te bereiden en schreeuwde van de daken dat het allemaal wel goed kwam. Geen ziel die last van de veranderingen zou hebben.

Dit bracht duizenden budgethouders in de problemen. Nieuwsberichten over het falen van Staatssecretaris van Rijn springen ons om de oren en toch sukkelen we door. Martin het schoftje ziet zijn zandkasteel voor zijn voeten liggen. Het losse zand laat zien dat de fundatie niet geschikt is voor een nieuw idee. Het schreeuwt om genade. Toch heeft onze PGB-kloot andere plannen. De budgethouders mogen gezellig voor een herindicatie en dit moet voor 1 oktober gebeuren.

Ik zal niet zeuren over haast en dat ene oude spreekwoord. Misschien biedt mijn schep een betere oplossing.

Deze column staat tevens op FOK!.

De illusie van groepsdruk

De illusie van groepsdruk

Nu het weer back to school-tijd is, worden we gebombardeerd met allerlei tips. Ervaringen van bejaarden. Waarschuwingen van de zwakkere zielen. Facebook knalt bijna uit z’n voegen met de antipestberichten en iedereen is het ziekelijk met elkaar eens.

Bereid je kind er maar alvast op voor. Ze moeten weer naar school, de hel zal openen en als ze niet uitkijken zullen ze verslonden worden. Dat er helemaal niets aan de hand is wanneer de kinders zich een beetje fatsoenlijk gedragen vergeten we maar even.

‘Groepsdruk? Donder toch op met je fabels.’ Daar zit ik dan. Aan tafel met de oudjes. De warme maaltijd is het moment om de laatste nieuwsberichten eens te bespreken en nu de zomervakantie toch echt aan zijn eind is kan het thema groepsdruk niet ontbreken.

Een gesprek over groepsdruk kan maar twee kanten op. Optie een: je bent het er mee eens. Groepsdruk bestaat en is een smerig iets. Het dwingt tere zieltjes zich over te geven aan het grote sterke ego van de groep. Optie twee: je gelooft niet in groepsdruk. De koters misdragen zich, maar doen dit omdat ze het leven aan het ontdekken zijn. Maken verkeerde keuzes, maar wijzen niet naar hun vrienden.

‘Je hebt toch een eigen mening? Als de buurvrouw het niet mooi vind, dan heeft ze pech. Als je beste vriendin je negeert omdat je niet laveloos afgevoerd wordt op een brancard, moet je juist blij zijn. Bedoel, hoe lang heeft de kleine slet nog te leven als comazuipen haar hobby is?’ Moeders trok haar wenkbrauwen op. Vaders kon alleen maar lachen.

Drukke ouders denken hier anders over. Paps en mams werken zich elke dag in het zweet, om zo hun kroost te voorzien van alle luxe die ze zich wensen kunnen. Rekeningen worden betaald, vakanties geboekt. Kinderen verdwijnen in de onlinewereld, maar klagen doen ze niet. Nee, de laatste iPhone houdt ze stil. Ouders hebben het zwaar. Voelen de hitte van de maatschappij in hun nek. Laten de druk winnen en vinden allerlei smoesjes voor de wandaden van hun koters.

Het ligt niet aan mijn kind. Mijn kind gedraagt zich altijd voorbeeldig. Oh, je ramen zijn ingegooid? Je auto in de brand gestoken? Je hond is onthoofd, en zijn ledematen lagen in de brievenbus? Oh, … doet ‘ie normaal nooit heurrr! Ik weet waar het door komt, het is jouw zoon! Dat wanschepsel stookt iedereen op, zaait anarchisme rond en zorgt ervoor dat de zwarte kant van mijn engeltje naar boven komt.

Dat ik niet in groepsdruk geloof zal nu wel duidelijk zijn. Ik ben een achtentwintig-jarige kuttekop, die nooit waarheid gevonden heeft in groepsdruk. Geen sigaret aangeraakt, geen druppel alcohol en ook geen ritje gemaakt op een eenhoorn, terwijl ik genoot van de sprookjes van de gebroeders Grimm die tot leven kwamen. Vraag me niet om een chocoladereep voorbij te lopen in een supermarkt, die druk kan ik dan weer niet aan.

We leren onze kinderen dat ze geweldig zijn. Dat ze alles kunnen, zolang ze er maar voor gaan. Dat het leven geen sprookje is en dat je soms heel hard moet knokken voor je eigen levensdoelen. Maar; JE KUNT HET!!

Waarom kunnen kinderen dan niet voor zichzelf opkomen als dat nodig is? Waarom moeten ze een ander kind het leven zuur maken, en waarom moeten de ouders van deze duivelskinderen dan overal de problematiek van groepsdruk en pesten delen?

Ouders spammen het hele sociale mediawereldje vol met de gevaren des levens. Maar even om de tafel gaan zitten en je eigen onkruid vertellen hoe het echt in elkaar steekt is te veel moeite.

Deze column staat tevens op FOK!.

Echte monsters

Echte monsters

Zacht, blond en krullend haar dwarrelt voorzichtig naar beneden. Moeders gegil zet mij stevig aan het denken. Ja, misschien is het wel waar. Ik ben de grootste nachtmerrie van mijn ouders. Kinderen zijn monsters. Koters zijn kleine draken die de geestelijke gezondheid van hun ouders meerdere malen op de proef zullen stellen. Met voorbedachten rade? Misschien.

Toen ik nog een klein vervelend meisje was, knipte ik mijn zusjes lokken af. Het haar van goudlokje verdween en de make over maakte van mijn zusje een klein, knorrig stekelvarkentje. Zo jong als ik was, wist ik het zeker. Ik werd kapper en goudlokje was mijn eerste patiënt.

Moeders was diep verzonken in haar soap. Het zwijgen van haar dochters voelde niet aan als een stilte voor de storm. Haar moederlijke zintuigen waren verdoofd. Geen gillende kinderen in de kamer. Welke moeder zou dat wantrouwen?

Het was muisstil toen moeke vlug om het hoekje kwam kijken. Haar wenkbrauwen namen een stand aan die ik later nog veel vaker terug zou zien. Gevalletje huisarrest. Gelukkig was ik daar als achtjarige nog te jong voor.

Kinderen zijn niet te vertrouwen. Ze verknippen zonder pardon de lokken van zusjes, trekken de kat glitterjurkjes aan en smeren het behang eens goed in met moeders exclusieve bodylotion. Koters vreten krijt op en als je even echt niet oplet verdwijnen ze.

Het zal je gebeuren. Je wordt wakker, loopt naar je kindjes en komt tot de ontdekking dat de bengel van het stel vertrokken is. Haar slaapplek is koud. Dochterlief heeft in het diepst van de nacht de gezellige familievakantie ingeruild voor een echt avontuur. Op naar waar gevaar met haar speelt. De zoektocht naar een plek waar ze echt gelukkig denkt te worden is begonnen.

Het verontrustende nieuwsbericht barstte uit zijn voegen. Vluchten was niet mogelijk. Marco Tuk kon zijn dochter niet vinden. Zijn tienerpopje vertrok en niemand wist waar ze was. Vaders vocht voor aandacht, gooide social media vol met noodkreten en kon niets anders doen dan zoeken. Waar kon zijn onschuldige, vermiste engeltje toch zijn?

Lisa Tuk was verliefd en wilde haar toekomstige vriendje gewoon even knuffelen. Het popje smachtte naar het samensmelten van hun zielen. Ze sloop weg, voelde niet meer hoe haar voeten de weg op het pad naar eeuwige liefde volgden. In haar hoofd was ze er al.

Kinderen zien geen gevaar. Ze zien de wereld zoals het ooit was. Enge monsters bestaan wel, maar zijn slechts een ver-van-hun-tienerbedshow. Kinderen kennen geen vrees. Met een mobiel op zak komt alles toch goed? Die ouwe lui zijn zo gebeld. En wees eens eerlijk, achter het ontmoeten van je zielsverwant kan toch geen kwaad schuilen?

Lisa werd verleid door een jongen die niet bestond. Ze ontving foto’s van een of ander knap bekkie, viel voor de zachte woorden en dacht dat haar dromen eindelijk zouden uitkomen. Onschuldige meisjes doen domme dingen. Worden verliefd. Geloven de sprookjes die vieze, oude volwassen mannen hun voorspiegelen. Echte monsters vind je niet onder je bed, die verschuilen zich op het internet.

Zoals het ons siert hebben wij allemaal een mening en op sommige plekken wordt Lisa flink door de modder gehaald. Toch vraag ik mezelf af of we niet allemaal dom zijn geweest. Wie kan hier oordelen over de splinter in het oog van een ander zonder eerst eens naar die balk in het eigen oog te kijken?

Kleine kinderen staan gelijk aan kleine problemen. Je geeft ze een zoen en lost zo alles op. Ouders verjagen de gedrochten onder het bed en zolang je de echte monsters geen schaar geeft komt het zelfs met de zusjes en broertjes goed.

Grote kinderen maken grote problemen. Ze slaan genadeloos een klasgenoot in de nek met een stoel. Versturen naaktfoto’s van dat ene meisje uit de klas rond met een of andere groepsapp from hell en lopen zonder enige overpeinzing weg om eens te kijken of die ene gozer nou echt zo leuk is.

Wij hebben een wereld gecreëerd waarin vaders wanhopig hun werkdag afsluiten met een bezoekje aan de Blokker. Hier met die schaar. Niet voor de lokken van zijn kinders, maar voor die verdomde internetkinderlokkers.

Kinderen en de digitale wereld zijn als Russische roulette.

Deze column staat tevens op FOK!.