web analytics

Archief van
Maand: september 2014

Nachtelijk bezoek

Nachtelijk bezoek

Mijn wenkbrauw kon niet verder omhoog, en mijn humeur zakte mijn sneakers in. Hoe haalt Miss Knowitall het in haar botte brein om haar moeders publiekelijk zo te kijk te zetten. Ben je soms vergeten uit welk gat je meloenhoofd geperst werd?!

Ze haalt haar neus op, zucht en rolt haar ogen weg. “Mam, even serieus… dáár ga ik echt niet mee lopen hoor!” Ach lieve heer, sta me bij. We hebben weer een hormoon-bom in de winkel die denkt dat ze Queen World is. Moeders probeert haar gedrocht in toom te houden, maar voordat ze het weet veranderd kleine Miss Knowitall in een loeder. Niets is goed, alles moet wijken en als Moeders ook nog maar een woord zou zeggen, zou ze op de ignore lijst van de dag gaan.

Gelukkig ben ik, als de wijsneus die ik ben, bijdehand genoeg om Miss Knowitall even op de feiten te drukken. “Lieverd, je kan het nu niet eens zijn met je moeder. Dat kan, maar dat wil niet zeggen dat jij je als een kleuter mag gedragen. Je wilt volwassen behandeld worden? Misschien moet jij je daar dan ook naar gedragen.” Als blikken konden doden dan was ik er niet meer. Ze gaf me de look. Je weet wel, de ‘waarom breek jij niet even je nek over een paar van die dozen die je aan het bijvullen bent’-look.

Moeders sprong een gat in de lucht, belde de krant en regelde een HELLYEAH-fanfare band voor me. Oke, ik overdrijf misschien lichtelijk, maar haar stemming sloeg door mijn simpele terechtwijzing wel om. Miss Knowitall negeerde ons natuurlijk, maar hey.. er kwam tenminste even geen puberaal gedrag uit.

Sommige dingen kunnen gewoon niet.

Daar zat ik, in enkele seconde, recht overeind in bed. Bezweet, gloeiend en met een paar longen die probeerde te ontsnappen. Ik draaide mijn warhoofd naar de klok, en zag de minuut net overspringen. Tuurlijk, twaalf over twee en ik ben wakker. Met een zucht, reik ik naar m’n mobiel. Het appontvangen-lampje brand, en mijn nieuwsgierigheid wint zelfs in het diepst van de nacht.

“Hoi Cassilda. Misschien ben je mij ondertussen al vergeten, maar ik ben meneer Lucifer.”

Meneer Lucifer is een van de eerste vriendjes, die ik mijn arme moeder in haar leven smeet. Een hard studerende en werkende jongen, die van vissen hield. Hij was misschien wel wat ouder, maar heel lief. Liet elke dag braaf iets van zichzelf horen, in het tijdperk dat er nog gesmst en gebeld werd. Vergat nooit iets, en had ook nog eens geweldige muzieksmaak.

Dat hij een Satanist is en zich dertien jaar geleden voorstelde aan mijn moeder als de Duivel, is een ander verhaal.

Daar zat ik dan weer, recht overeind in bed. Ik wist het wel, ik had mijn Leidse klep moeten houden. Nu kwam karma een onverwachts bezoek brengen, en daar had ik geen behoefte aan. Niet om kwart over twee s’nachts.

Ik reageer niet, verwijder het gesprek en gooi Meneer Lucifer op blok. -Dat het niet netjes is om iemand te negeren is mevrouw Karma mij momenteel aan het afleren.-

De minuten kropen langzaam voorbij, en ik kon mij slaap niet meer vatten. Daar lag ik, ziek en vol met gedachtes over Mevrouw Knowitall. Eigenlijk viel haar gedrag nog wel mee. Mijn moeder zou een gat in de lucht springen, als ik op vijftienjarige leeftijd zou rollen met mijn ogen, omdat onze kledingsmaak niet overeenkwam.

Het enige wat ik mezelf afvraag is, wanneer krijg Mevrouw Karma eens bezoek van een portie welverdiende payback? Wie de bal kaatst, kan hem terug verwachten. Toch?

Beter laat dan nooit

Beter laat dan nooit

Lekker kort door de bocht, en met een kort lontje verzend ik een niet al te aardig bericht. Het bericht was in de eerste instantie veel langer, en stond vol met woorden die alleen maar zouden afleiden. Fuck it, ik ga recht op mijn doel af, en trap op zijn tenen.

Misschien is dat een kleine understatement. Ik sla je kleine teen in tientallen stukjes, met zo’n oversized bouwvakker-hamer. Je kent ze wel, die hamers die een normaal mens niet opgetild krijgt. Tenzij je een pissed off chick bent, dan stelt die hamer niets meer voor.

De Alpha is weer eens kwijt. Ik heb hem los gelaten, halsband af en met een schop onder zijn ass er uit gekickt. Hij piepte niet, hij keek niet eens om. De Alpha was een paar dagen geleden, met zijn gedachten en semi-hoffelijke gedrag weer eens verdwenen met de noorderzon.

Sommige types zijn niet te temmen, er valt niets aan te veranderen. Die wijsheid heeft wel enkele weken op zich laten wachten. En kwam eigenlijk pas goed binnen toen het liefste vriendinnetje naar de Crush 2.0 wees, toen hij voorbij liep. “En dan denk jij nog aan de Alpha? Je kan niet eens meer zelfstandig adem halen als Crush 2.0 langs loopt.”

Langzaam loop ik op de hamer af, ik pak hem op en leg het bouwvakkersgoud terug in de gereedschapskist. Mijn handen voelen klam, en het enige wat ik zie is rust. Ik hoef de Alpha niet tot moest te slaan. Het heeft geen zin, ik sla nog geen deuk in een zacht pakje boter en mijn woorden gaan soms te ver. Gevalletje boven zijn pet.

Het moment dat we iets los laten, komt nooit op het moment dat we het nodig hebben. In ieder geval, beter laat dan nooit. Ofzoiets, zo ongeveer.

Tussen de oren zit het kwaad

Tussen de oren zit het kwaad

Ze loopt de straat op, perfect opgedoft en heeft het humeur van een engel. Haar aanwezigheid laat alle andere stralen en zij steekt ieder aan met haar life is good-houding. Haar prachtige krullen dansen in de wind en even lijkt het alsof er niets mis kan gaan.

Schijn bedriegt. Voordat de zon haar blanke huid nog een keer doet schitteren, valt alles uit elkaar. Het groepje musjes schrikt op en vliegt met een razend tempo de veiligheid tegemoet. De bouwvakkers die uit hun ooghoeken staarde naar Mevrouw Perfect, herrineren zich plotseling dat ze niet langer per uur betaald krijgen en zwoegen door. De regenboog spat uit elkaar, en om de hoek verschijnt het monster.

Traag, maar onophoudelijk. Voet voor voet, stap voor stap. Het monster maakt alles kapot. Het humeur van de vreemde op straat, de vrijheid van de musjes en het geflirt van de kudde bouwvakkers. Niets blijft heel, alles word naar binnen getrokken.

Diep, in het ochtendhumeur van het roodharige monster.

Gezellig, spontaan en vrolijk wakker worden is niet aan mij besteed. Ik heb een ochtendhumeur, en ben dan ook voorzitter van de FUCKYOUALL-in de ochtend club. Als het kon, zou ik de zon elke ochtend uit de lucht schieten, en Vadertje Tijd zonder verdoving castreren. Ik ben geen ochtendmens.

Het valt mij trouwens op dat we allemaal maar wat goed weten wat onze nare eigenschappen zijn. Deze kunnen we met tientalle tegelijkertijd opnoemen, zonder schaamte. Maar, vraag iemand wat zijn beste kanten zijn en het wordt stil. Zonde, eigenlijk. En misschien leuk schrijfmateriaal voor een dag, zonder ochtendhumeur.

Persoonlijk heb ik geen enkele moeite om mijn betere kanten op te noemen, maar dit heeft er misschien ook wel mee te maken dat arrogantie een van mijn andere nare karaktereigenschappen is.

Hoe dan ook, terug op subject. Mevrouw Perfect liep op het roodharige monster af en keek zonder enige moeite het monstertje recht in haar ogen aan. Ze boog licht naar voren en fluisterde het geheim. Woorden vlogen zacht, en aan het einde van het verhaal verscheen er een twinkeling in de ogen van het roodharig monstertje.

Het was dan toch mogelijk. Een ochtend zonder gevaarzone. Een dag, met een fijn begin. Zonder moord, of poging tot. De woorden van mevrouw Perfect? Get the fuck over it.

Toen was geluk nog heel gewoon

Toen was geluk nog heel gewoon

Tussen de bouwvallen door op weg naar huis. Het was donker, en verlaten. Zoals elke donderdagavond liep ik midden op straat, zonder enige verlichting ruzie te maken met mijn koptelefoon. Gek word ik er van, fluor gele draden die ik niet terug kan vinden in mijn tas, en als het hellegebroed van een koptelefoon dan eindelijk zichzelf laat zien is de warboel niet te overzien.

Weet je wat, fuck it. Midden op de weg stop ik, en schud ik mijn oordoppen eens flink door elkaar. Als het kon, zou ik ze in twee trekken, er op springen en ze vervolgens met een stoeptegel een paar meter onder de vloer meppen. Misschien is een cursus agressie beheersing geen slecht idee.

Ik kijk om me heen, en zie een dame achter haar kamerplant staan. Ze staart naar me, en ik hoor haar gedachten al door mijn hoofd spoken. Die rooie heeft ze niet op een rij. Kijk haar de halve macarena zien doen op straat met die lange gele draden. Wat mankeert ze? Mevrouw Kamerplant, je kan beter vragen wat ik niet mankeer. Dan zijn we een stuk vlugger klaar met converseren, geloof me maar.

Ze kijkt snel achter zich en even later staat Meneer Kamerplant naast haar. Hij schud zijn hoofd, en sloft weer weg. Met een tempo, waardoor ik zeker weet dat hij van die pluizige opa-slofjes heeft. Mevrouw Kamerplant blijft gewoon staan. Als een nare cactus, die maar niet dood wil.

De draden lijken zich over te geven, en ik staar naar mijn handen. Daar sta je dan. Midden op straat, terwijl de bejaarde buurtwacht staart en oordeelt. Die jeugd van tegenwoordig is echt de kluts kwijt. Ze drinken te veel, gebruiken dingen die in onze tijd nog niet bestonden, en kijk dat haar dan!!!

Ik kijk op, en zwaai. Zwaai alsof m’n jonge leven er van af hangt, alsof ik er de wereld mee zou kunnen redden van de ondergang. -Oh wacht, nee shit. Als ik die macht had, zouden mijn handen nooit meer zwaaien. Fuck de hele save the world shit.-

Mevrouw Kamerplant trekt met hoge snelheid de gordijnen dicht, ze wist zich blijkbaar geen houding te geven aan een begroeting. Dat is wat, wel kunnen staren zonder problemen. Mijn gele draden bungelen nog steeds in mijn kleine klauwtjes en ik plug ze snel in mijn telefoon.

Met Rogier Pelgrim en zijn gitaar, die mijn oren toespelen besluit ik maar naar huis te lopen. Nog even een snelle blik over mijn schouder, en alsof ik het aanvoelde stond Mevrouw Kamerplant tussen de vitrages door te gluren. Al lachend, zwaai ik haar toe. Er valt weinig anders aan te doen.

Mijn voeten raken de grond, precies op het moment dat Rogier zijn uithaal maakt. Er vliegen een paar losgeslagen vogels over, en de laatste werkende lantaarnpaal geeft zijn strijd ook op. Ik kijk naar een lucht die steeds donkerder word, wolken die de roze tinten laten varen en realiseer me dat dát moment geluk is.

Geluk is simpel. Geluk is dat wat iedereen wil, we streven er zo hard naar en kunnen alleen maar dat wat een ander heeft zien. Dat wat een ander, anders maakt.

Starend, naar dat wat we niet hebben. Niet zijn, of gewoonweg niet durfden.

Geluk is een gevoel, ontastbaar. Maar, op donderdagavond op een verlaten pad met wat geweldige tunes… is geluk van mij.

Destiny

Destiny

Ze rent zich van hort naar her, haar voorhoofd is bezweet en in haar ogen valt een opkomende paniekaanval te bespeuren. Ze slaat de kassalade steeds harder dicht, krijgt de plastic tassen niet meer open en als je het aan mij vraagt, is ze aan haar laatste werkdag begonnen.

Ja lieve Lies, zoals we je nu voor het gemak maar even noemen, ik kan er ook niets aan doen. Zuchtend probeer ik een comfortabele wachthouding aan te nemen. Verschrikkelijk dit, daar sta ik dan. In een te lange rij, tussen de andere hobby trutten die allemaal net zo’n fijn en liefdevol humeur als ik hebben.

Het liefst zou ik het jengelende monster voor me, die blijkbaar bij de zeurkous van de dag hoort, een lange zwaai naar buiten willen geven. Hij is naar binnen gerent, met zijn moeders haren in zijn kleine klauwtjes. Ze moest mee, ze moest dit zien, want kom op mam, KOM OPPPPPPPPPPPP!! Dit is het moment waar hij op heeft gewacht. De dagen afgeteld, tot het dan eindelijk zo ver was. Het lot was eindelijk gearriveerd.

Speelgoedwinkels zijn het kwaad. Ze veranderen jong gespuis in mormels, mannen in kleine kinderen en vrouwen in feeksen der Hell. Voor mijn jongste zusje slenter ik geregeld over de drempel van onze buren, en vraag ik mezelf af of ze misschien al wat leuks van Sofia het Prinsesje, Pepa Big of Zack & Quack in de schappen hebben liggen.

Geloof me, ze hebben van altijd van alles. Behalve dát waar ik eigenlijk op zoek naar was, en toch loop ik weer met een tasje naar buiten.

Voordat ik door de deur naar buiten loop, moet ik langs de game afdeling. Je weet het wel, daar waar alle buurt nerdies verzameld zijn en het elke dag weer over een nieuw spel hebben. Vorige week, lieve dames en heren, was het voor de nerdies en de stoere game liefhebbers dan zo ver. Destiny kwam uit.

Ja, ik zie je al verontrustend kijken. “Cassil… waarom… wist jij wanneer Destiny uit kwam?” Ik ben echt geen gamer. Geen enkele haar op mijn vuurtorenhoofd die er over piekert om eens lekker een potje te gaan zitten button bashen. Ik vind het dan weer wel leuk om een game nerdie ‘los te zien gaan’ in een of ander spel wat natuurlijk de must have van het moment is.

Iets minder vind ik dat de grote volwassenen veranderen in kinderen, en helemaal op gaan in het moment. Bedoel, hallo…. ik hou niet van wachten. Ik wil mijn aandacht nooit delen, en als ik iets wil.. nou, dan wil ik dat meteen.

En nu ik dat net terug lees, realiseer ik me dat ook ik een ongeduldig kind word van games. Of nouja, een feeks des Hell, die bijna met haar deegroller de transformatie van volwassene naar kind wilde omkeren.

de Crush

de Crush

“Cassil! Cassil! Cassil!” Ook jij weet meteen hoe laat het is. Binnen een seconde vliegt mijn naam meerdere keren door de tent en verschrikt kijk ik op. Het geluk is trouwens dat met een naam als die van mij, iedereen op kijkt. Wie heeft er hier die vreemde naam? Oh die rare rooie.

“Wat?!” Had me in dromenland achter gelaten, het was net zo gezellig. Even verzonken in gedachten over de crush was me niet gegund. Op dit moment vraag ik mezelf af waarom ik in godsnaam vanochtend mijn bed ben uitgekomen.

De wekker schreeuwde al vroeg moord en brand en het voelde alsof ik nog geen minuut mijn ogen dicht gedaan had. Dat had ik wel, zelfs voor meerdere uren. Wel was ik rond een uur of twee weer eens wakker. Dromen zijn niet altijd fijn, zeker niet als gaan over de crush en mijn kleine jaloezie-eigenschappen. Laten we het er op houden dat dromen bedrog zijn, zeker als het een vervelende droom is.

“Zag je dat niet lopen?!” Ze kijkt me aan, alsof ik Gaston gemist heb met de jackpot. Alsof ze haar nieuwste telefoon in duizend stukken laat vallen en alsof… alsof ik blind ben. In de verte zie ik een klein, onschuldig jongetje lopen die gelukkig niet door heeft dat hij ter prooi is gevallen aan de lusten van een onderbroekenvouwert.

“Joh, doe eens even normaal. Dat is strafbaar.” Met mijn rechterwenkbrauw hoog in de lucht kijk ik neer op mijn stapels, en vouw ik weer een beetje verder. De kleine ukkemuk komt naast me staan en giechelt. Ze is haar verstand op slag verloren, heeft spijt dat ze niet iets meer lef vertoond heeft en plant al allerlei mogelijke oplossingen.

“Jaja, ga jij maar weer even aan de crush denken” grapt ze. Het duurt even, maar dan bedenk ik me ineens dat er inderdaad een crush is. Gelukkig is het nog niet een gevalletje van ik kan niet meer eten, denken of zelfstandig ademen, maar ik word er over het algemeen wel een stuk vrolijker door.

Tenzij je m’n stapels met kanten slips -die ik net gevouwen heb op kleur- omgooit. Dan word ik ook niet blij van een paar pretty blauwe oogjes die per appje naar me toe gezonden worden op een vrijdag middag. Of wel, stiekem toch ook wel erg wel