web analytics

Archief van
Maand: oktober 2014

2.22

2.22

Acht voor half drie snachts. 2.22 klinkt veel beter en ziet er ook mooier uit. Net als mijn haar als ik er toch voor kies om mijn liefde voor Aussie en John Frieda los te laten om de boel te temmen.

Niet om 2.22, dat zou vreemd zijn. Staan voor een spiegel, met een krultang in de ene hand en het naar kauwgombal ruikende stylingsproduct in de ander.

Nee, om 2.22 doen we een wens. De kans dat die wens uitkomt is veel groter, dan de wensen die gedaan worden om 11.11.

Niet omdat er zoveel andere wensen gedaan worden, die het verdienen om uit te komen. Eerder, omdat mijn wens wat nachtrust is. En dat rond half drie, is geen verkeerde wens.

Elk jaar dit gedoe. Zodra de klok een uur voor- of achteruit moet, ligt mijn biologische klok op zijn kop. De wijzers zijn er uitgesprongen, en de tandwielen liggen in tientale stukjes op de vloer. Ik slaap een week of anderhalf belabberd. Wat, fuck it. Ik slaap gewoon voor geen kut. Ik word wakker, volledig uitgerust en voel me herboren. Check de tijd, en ontdek dat normale mensen op deze tijden gewoon nog aan het dromen zijn. Over grotere huizen, een betere baan of gepassioneerde liefde.

Normale mensen. Wat een vreselijke beschrijving. Waarom, zou het normaal zijn om s’nachts te slapen? Pak je gitaar er maar eens bij, in het diepste van de nacht. Sla wat akkoorden aan, en voel hoe mooi geluid in diepe stilte kan zijn. Dat mijn buurvrouw dit niet normaal vind, kan ik wel begrijpen.

Waarom wil je een groter huis? Een betere baan, of gepassioneerde liefde? Waarom, beeld jij jezelf een vaag doel voor, om vervolgens maar op een normale manier bij weg te dromen?

Deze tijden zijn stiekem, de beste tijden. Zinnen springen in mijn gedachten en sinds kort schrijf ik ze maar even snel op. ‘Breekt jouw hart, breek zijn kloten’ zijn perfecte RUMAG teksten, en die kunnen we de aankomende tijden goed gebruiken. Een paar dagen geleden ontving ik namelijk de lang verwachte mail; ik mag twee maal per maand bloggen voor RUMAG. De woorden zullen zoals altijd wel gaan over de kleine ergenissen of simpelste wondertjes die ieder mee maakt in zijn leven. Maar, schrijven voor een iets grotere groep lezers is natuurlijk een awesome kans.

Wie weet. Lig ik daar straks, in de winkel. Als blogger met een boek. Oh balen, ik ben een normaal mens. Met normale dromen. Jakkes.

Waarom er zoveel wordt geluld

Waarom er zoveel wordt geluld

Al mijn nekharen staan binnen een aantal seconden overeind. Mijn handen kriebelen, en als ik ongestraft mijn mening kon uiten, dan deed ik dat met al het plezier van de wereld. Ik zou zelfs iets overdrijven, omdat ik daar gewoon geniaal goed in ben. “Anders vraag je het even aan die halve verkoopsters daar.”

Hoi, ik ben Cassilda en ik ben een halve verkoopster. Oh, u wilde iets vragen? Aan mij? Als halve verkoopster?
Waarom wilt u überhaupt advies van iemand, die volgens u, niet zou beschikken over de eigenschappen die een ‘hele verkoopster’ zou moeten hebben.

Lieve lezers, wees niet bang. Uitgemaakt worden voor rotte vis hoort er in een winkel zo nu en dan bij. Je kunt niet altijd aan de verwachtingen van klanten voldoen. Wanneer ze hun hoop en zinnen gezet hebben op de string van het jaar, kan het nogal exploderen. Want tjah, alleen die ene string laat uw billen stralen als nooit te voren. Alleen die string laat uw wederhelft branden van verlangen en alleen die string laat mijn halve verkoopster persoonlijkheid zien wat voor uitgerekte anus u daadwerkelijk bent.

We hebben allemaal een mening. De een is bevooroordeeld, de ander knuffelt graag bomen en wil vriendjes zijn met iedereen. Hoe dan ook, we praten allemaal. Over een ander.

Ik open de koelkast in ons dagverblijf, pak mijn ijskoffie en zoek in de kast naar een reep chocolade. Niet zo maar een reep, nee. Mijn reep; de chocolade van Stay Off My Chocolate. Op elk stukje hemel staat ‘mine’ gedrukt en ik was dan ook niet van plan om te delen.
Mijn lieftallige collega gaat op de stoel naast mij zitten en we besluiten dat het pauze tijd is. We hebben een break nodig van het gelul. Even een korte stilte, godverdomme wat had ik een stuk chocolade nodig. Geen gezever over de kwaliteit van katoen, geen gemopper over de uitverkochten aanbiedingen en even geen oude knarren die graag vieze praatjes willen hebben met de halve verkoopsters.

Samen kijken we naar de camerabeelden, en praten we over iedereen die langsloopt. Het is net alsof je op de koffie gaat bij de Buurvrouw, en de laatste verhalen hoort. Sappige details die niemand wil weten, maar gewoon heerlijk vertellen.
Omdat de Buurvrouw stiekem een beetje gek is, haar dochter erg goedkoop over straat gaat en haar zoon nog een paar vrije dagen mag hebben. Een paar vrije dagen, voordat de ME de straat afzet en hij om half vijf s’ochtends van zijn nest getrokken wordt. Half naakt over straat, in een bus gesmeten. Op, naar de andere kant. Achter een paar tralies, voor zijn gedrag. Toedels vriend, toe-dellls.

Stiekem brengt mij dat, bij de kern van mijn verhaal voor vandaag. Waarom er zoveel wordt geluld. Onze monden bewegen, en de meest stompzinnige zooi die wij maar kunnen bedenken, wordt gespuwd. Want zij is een halve verkoopster, hij loopt mank en de postbode steelt mijn pakketjes. De dochter van de overbuurman heeft prachtige schoenen gekocht in de stad, en de Jehova van drie straten verder op doet zijn rondje. Maar, slaat vreemd genoeg mijn voordeur altijd over.

Wij praten, omdat we niets te melden hebben. Maken onze dag vol met gezwats en gedachtes van onszelf, en als je pech hebt kom je niet tussen het gezwats van een ander. We willen allemaal gehoord worden, en kunnen niets anders dan ouwehoeren.
Iedereen weet iets over een ander en gebruikt dit gelul dan ook, om voor even niet aan eigen shit te hoeven denken. Even focussen op een ander, om de aandacht af te leiden. Hoe simpel kan het zijn?

Dus, mevrouw Anus; u mag mij best een halve verkoopster noemen. Ik zal op het moment dat u mij voor het eerst zag, wel hard aan het werk geweest zijn. De takkezooi die uw kinderen op de vloer gooide, mocht ik opruimen en misschien glimlachte ik wel stiekem naar uw overspelige man. Tjah, sorry. Ik deed op dat moment schijnbaar, mijn halve werk.
Het is niet erg mevrouw Anus, ik heb ook wel eens mijn dag niet. Maar, met een stuk chocolade komt het wel weer goed. Gelukkig maar, anders zou ik uw schedel midden in mijn kleine winkel open splijten. Uw brain verdelen voor degene onder ons, die nog wel wat cellen kunnen gebruiken en vervolgens uw verminkte lichaam gebruiken als Halloween decoratie.

Zonder onzinnig gezwats, zou ik mijn creatieve uitingen niet kunnen laten zien aan de wereld om mij heen. Ik sta bekend als iemand die overal wel een verhaal van weet te maken, en vergelijkingen kan maken die nergens op slaan. Je weet wel, als een tang op een varken. Maar, op sommige momenten sta ik toch echt met mijn mond vol tanden. In bijna acht jaar trouwe dienst, ben ik voor veel dingen uit gemaakt. Maar halve verkoopster was een nieuwe. Ik had aan mevrouw Anus moeten vragen waarom. Maar nu, als ik haar zie… denk ik alleen maar aan een stuk chocolade.

Want, geef me chocolade. Of geef me je brein. -Zonder lieve T., zou dit nieuwe Nederlandse gezegde niet bestaan. T. je bent amazing!-

Het voelt niet

Het voelt niet

Your life’s been wasted. You’ll die forsaken. I’ll never feel the way that you feel. I’d rather fucking break it. Burn motherfucker, burn motherfucker, burn.

Woensdagochtend. De regen kwam met liters uit de lucht, de wind nam mijn voeten bijna mee en mijn haar vloog alle kanten op. De heren van Five Finger Death Punch schreeuwde hun lyrics in mijn oren, en opeens begreep ik het. Aan sommige dingen, kun je niets veranderen.

In de eerste instantie wilde ik mijn opgebouwde agressie uiten, door middel van een ‘open brief’ aan de Junk. Lekker open, midden op het net. Ik heb ergens in mijn concepten het bericht ook al voor een gedeelte uit geschreven, maar het voelt niet.

Het voelt niet? Nee. Het voelt gewoon niet. Niet goed, niet slecht. Gewoon… niet.

Misschien is dat ook wel juist de Junk zijn probleem. Hij voelt wel, maar wil niet. Omgaan met sombere emoties is voor iedereen lastig. De zwakkere onder ons zullen vluchten, of in ieder geval, een poging tot doen. Rennen, zonder achterom te kijken. Haasten, zonder vooruit te komen. Aangereden worden, door onze eigen demonen. Verslonden worden, omdat de strijd niet meer kan worden gevoerd. Zonder energie. Niets red je van jezelf. Ook niet als je door het witten van je neus, geen werkende braincell meer overhoudt.

Gek genoeg, doet dat mij dan weer wel iets.

Het is zonde.

Ja, ik weet het Junk. Je zult denken, dat ik totaal geen verstand heb. Niet hoor te praten, over zaken die ik niet ken. Maar hey, ik ben daadkrachtig genoeg om nee te zeggen. Ik ben degene van ons twee, die kan zeggen dat ze nog nooit een sigaret, een druppel alcohol of drugs heeft aangeraakt. Ik ben zevenentwintig, en vrij Straight Edge. Ik, kan nee zeggen. (Iets waar ik erg trots op ben.)

Jij, kan dit voor een week of drie. Als alles mee zit, en er geen slecht humeur om de hoek komt kijken.

Bah. Ik dwaal af.

Het is zonde. Jij kan niet veranderen. Jij wil niet veranderen. Het doet je te veel. Emoties zijn eng. Dus, hup. Met die troep in je neus, en gaan. Naar de afgrond, waar je straks alleen en hard zult vallen.

Het is zonde. Dat ik er niet eens een normaal verhaal over kan tikken. Want, het doet me te veel, en te weinig. Het voelt niet.

Nee. Het voelt niet. En dat is, echt zonde.

Ben ik nou zo slim, of zijn jullie zo dom.

Ben ik nou zo slim, of zijn jullie zo dom.

Mevrouw Traan ploft neer, haar donkere, zwarte en stugge haar pluist alle kanten op en met trillen en beven pakt ze haar glimmende iphone uit haar tas. Tranen rollen over haar wangen, en ik begin me af te vragen welk drama deze jonge dame mee moet maken.

Hoe onbeschoft luidruchtig bellen in de bus ook kan zijn, ik hoop zo dat Mevrouw Traan ons gaat verblijden met haar real life soap verhaal. Ja, ik kan wel wat leed vermaak gebruiken en ben in staat om er met popcorn naast te gaan zitten. Dus, waar blijven de popcornverkopers in de bus, y’all!?

Ze belt, en staart naar buiten. Het opnemen aan de andere kant van de lijn duurt me te lang. Wat zou het kunnen zijn. Is ze haar baan kwijt? Heeft haar moeder haar op straat gegooid? Of heeft de modepolitie Mevrouw Traan verteld dat haar spinnenpoten een gevaar voor de samenleving zijn?
Ik ben in staat om de telefoon uit haar handen te rukken. Uit het raam te gooien, en haar te vertellen dat ze alles kwijt kan bij mij. Ik ben het maar, Dr. Leedvermaak. Je dromen, je angsten. Alles is veilig bij mij, tot onze wegen zich scheiden. Dan bel ik naar de krant, je vriendje, je ouders en zelfs je beste vriendin.

Eindelijk, de secondes zijn voorbij gekropen en de andere kant neemt op. Mevrouw Traan veranderd in een Tsunami, en doet haar verhaal. Ze is gevlucht. Weg bij haar vriend. Het kon niet meer, wat hij deed was niet normaal. Ze had het al meerdere malen met hem besproken, en bij elk gesprek had hij haar beloofd er aan te zullen gaan werken. “Nee schatje, het was de laatste keer. Ik zal je dit nooit meer aan doen, echt niet. Geloof me!!” Waren zijn laatste woorden geweest.
Maar, Mevrouw Traan geloofde er niet meer in. Het was klaar.

Ze kapt het gesprek af, en krijgt van de oudere man tegen over haar een zakdoekje aangereikt. Ach, hoe lief. Zo’n oude knar wil het jonge ding troosten. Het liefst zou hij haar in zijn armen nemen, en vertellen dat het wel goed komt. Tuurlijk het leven is kut, maar soms kun je problemen wel oplossen.
Nog voordat ik zijn gedrag kon bedenken, voerde hij ze uit. “Jongedame, misschien is het wel uit te praten. Wie weet kunnen jullie wel tot een compromis komen met z’n tweetjes. Probeer het, wat alleen is ook maar zo alleen.”

Zonder enige schaamte leegt Mevrouw Traan haar neus in het zakdoekje. Beschaafd je neus snuiten bestaat volgens mij niet, maar deze dame maakt er wel een heel spektakel van. De buschauffeur kijkt verschrikt achterom, hij dacht waarschijnlijk dat het luchtalarm afging.
Mevrouw Traan kijkt naar de oude knar, bedankt hem voor zijn zakdoekje en verteld hem dat mannen gewoon dom zijn. Ze maken niet schoon, vergeten alles en begrijpen gewoon niet wat er gezegd wordt. Oh, en ook niet, wat er NIET gezegd wordt. Hoe moeilijk kan het zijn, een vrouw lezen. Zulke lastige signalen zenden we toch niet uit?
Nee, je kan beter gewoon alleen blijven. Mevrouw Traan is er zeker van. Geen gedoe, geen gezeik. Lekker rustig.

Ik schud mijn hoofd en vraag me af, of met haar zoute tranen ook haar hersenvocht naar buiten gelopen is. Mevrouw Traan klaagt, en wil graag alleen zijn. Logisch, dat ze dan in een volle bus, haar ogen uit haar hoofd jankt. Ja, heel logisch. Dat zou ik ook doen, als ik precies dat had wat ik wilde.

Gelukkig is de oude knar het niet met Mevrouw Traan eens. “Liefje, dat denk je maar. Alleen, is maar zo alleen. Niemand die voor je zorgt, niemand om mee te praten. Ik zou willen dat ik nog eens ruzie kon maken met mijn vrouw. Al was het maar voor heel eventjes.” En ja, ook opa zet het eens lekker op een partijtje janken. Hij is eenzaam, mist zijn wederhelft. Zelfs de stompzinnige ruzies, hij is alleen en zou er alles aan doen, om zijn vrouw weer in zijn armen te kunnen nemen.

Weer schud ik mijn hoofd. Oh shit, straks loop ik nog iets op van al dat schudden. Mijn brain is er niet voor gemaakt. Ik kan het me niet voor stellen, zitten wachten op ruzie. Een bloeddruk die bijna door het plafond stijgt, geschreeuw, gevloek en spijt achteraf. Nog erger, excuses moeten maken. Welk weldenkend wezen zit nu op ruzie te wachten, met zijn wederhelft?

“Niet voor het een of ander hoor ouwe, maarre.. Mijn problemen met mijn vriendje zijn niet zo snel te fixen. Hij denkt dat hij alles maar kan maken. En geloof me, scheiten met de deur open gaat gewoon niet!!” Mevrouw Traan snauwt de ouwe goedzak nog even verder af en mijn mond valt open.
Dit meen je niet. Ik dacht dat onze opa niet heel bijdehand was, maar mevrouw Traan maakt het echt bont. Wie is er nou dom. Degene die ruzie wil, of degene die haar vriend geen toiletmanieren bij kan brengen.

We leven om bij iemand te zijn. We zijn op zoek, testen de ene na de andere idioot uit en komen er keer op keer achter dat mannen gewoon dom zijn. Dat vrouwen nooit duidelijk zijn en soms, komen we er achter dat alleen zijn, een godsgeschenk is.
En wanneer we denken tevreden te zijn met een situatie, maakt ons niet functionerende brein ons wijs dat we helemaal niet willen wat we hebben. Fuck it. Jij bent dom. Zij is dom. Hij is dom.

Of, shit. Misschien ben ik wel de dombo. Ik heb m’n halte gemist.

Wij zijn dom.

Een paar weken geleden riep RUMAG via facebook bloggers op, om eens wat toe te sturen. Ik heb heel even getwijfeld, maar moest natuurlijk wel reageren. Na een paar dagen ontving ik een mail, met de vraag of ik even een proefblog zou kunnen tikken. En natuurlijk, is dat zo gepiept.
Hieronder vinden jullie dan ook mijn eerste -en hopelijk niet het laatste- gezwats voor RUMAG.