web analytics

Archief van
Maand: november 2014

Plat brood

Plat brood

Ze draait haar ogen, en zucht. Met haar heksenvingers duwt ze haar bril, hoger op haar neus en zucht vervolgens nog een keer. Nee, mijn busbuurvrouw heeft haar dag niet. Ik glimlach, en kijk haar nog eens goed aan. Diep in haar ogen, tot de busbuurvrouw haar hoofd weg draait.

Stiekem denk ik, dat ze het niet zo ‘n geweldig plan van mij vond. Ik wilde graag naast haar zitten. Haar krullende, rode haren kunnen ruiken, en haar spannende whatsapp gesprekken meelezen. Lieve busbuurvrouw, ik wilde alleen maar vriendinnen worden! Gezellig onze wildste busverhalen met elkaar delen, totdat de tranen over onze wangen liepen. Tranen van het lachen, spierpijn van het gegiechel en de eerste busbende van het land beginnen. De Bus Angels!

Tijdens onze reis, kroop Mevrouw de BusBuurvrouw steeds verder weg. Ik deed mijn best om contact te zoeken, maar ze wilde niets van mij weten. En stiekem, denk ik dat ik wel weet waarom. Ik was het meisje, die haar brood heeft geplet. Het meisje, die in een volle bus besloot om op haar tas te gaan zitten.
Schandalig, maar waar. Ik koos niet voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten, op wiebelige benen. Ik koos voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten, op mijn dikke ass. Ja, schandalig!

Mijn zusje van acht, zit schuin tegenover mij en fluistert dat ik stout ben geweest. Je hoort volgens haar, niet op de tas van anderen te gaan zitten. “Maar Zamorra, heeft die tas een stoel nodig?” Mevrouw BusBuurvrouw trekt haar wenkbrauw hoog op, en slaat haar armen over elkaar. Dat in combinatie met een schoudertas op schoot, zorgt er voor dat ik aan de kleuterklas moet denken. Kleine kinderen die hun zin niet krijgen, trekken een hoofdgekke bek als protest. En slaan hun kleine armen over elkaar heen. Een soort stille fuck you, denk ik.

Zamorra trekt een grote grijns en verteld Mevrouw BusBuurvrouw dat tassen niet hoeven te zitten. “Nee, kijk maar naar mijn tas, die houdt papa vast! Dat is mijn tas, mooi he met Prinses Rapunzel!” De blanke, bijna lichtgevende huid van Mevrouw BusBuurvrouw veranderd en eventjes lijkt ze tomatenrood aan te lopen. Ik vraag haar of het gaat, en ze kijkt me woest aan. “Nu ga ik STAAN!!!”, schreeuwt ze door de bus. Ze staat op, en kijkt naar mijn zusje. “Mevrouw, dan kan uw tas wel zitten op uw plek!!” Zusje floept al haar gedachten eruit, en de busbuurvrouw weet niet wat ze moet antwoorden. Zamorra kijkt naar Mevrouw BusBuurvrouw, alsof ze een klein, onschuldig engeltje is en een oude man achter haar schiet keihard in de lach.

Een ding weet ik zeker, Zamorra is een zusje van mij.

Breekt jouw hart, breek zijn kloten

Breekt jouw hart, breek zijn kloten

Breekt jouw hart, breek zijn kloten. De tranen liepen langs haar gezicht, terwijl ze zijn gezicht tot moes sloeg met een oude, afgebrokkelde baksteen. De stukken steen bleven in zijn gezicht hangen en het enige wat zij kon doen, was schreeuwen.

De opening van het verhaal van vandaag is misschien ergens wat agressief begonnen, maar ik denk dat iedereen van ons het gevoel wel herkent. De pijn die wij met z’n alle wel eens gevoeld hebben, omdat iemand ons hart brak. Met een oversized bouwvakkershamer. En vervolgens achter gelaten worden, terwijl ons laatste levenszin over de straat weg loopt. Zo, de waterkolk in.

Nee, een gebroken hart is niet fijn. Wraak, lijkt misschien een geweldig plan, maar is dit niet. Als we echt onze ex zijn bakkes zouden toetakelen met een baksteen, zullen we daarna vast wat uren doorbrengen op het politiebureau. En om heel eerlijk te zijn, word ik niet bepaald nat van een paar agentjes die mij gaan vertellen wat wel, en wat niet kan.

Als alles ongestraft zou kunnen, dan liepen er zonder enige twijfel een stuk minder klootzakken en hoertjes op straat. Dan had jij je ex nooit willen wurgen, en je buurvrouw had nooit in het midden van de nacht haar man op straat hoeven gooien. We hadden dan met z’n alle kunnen genieten van een vlekkeloos leventje, met een constante en fijne nachtrust.

Helaas, is het niet anders. Hij breekt jouw hart. Zij steekt een mes in je rikketik en haalt hem vervolgens heen en weer alsof het een spelletje is. Want dat is het voor de Meneertjes Hufter en de Mevrouwtjes Soa. Het is allemaal een spel, en zolang zij er gelukkig van worden, zal niets ze tegenhouden.

Toch is er iets wat jij kunt doen. Veeg de tranen weg, zet de tranentrekkende zielepietjes muziek uit en stop per direct met het dieet van comfort food. De kilo’s die je erbij aan het vreten bent, zullen er niet voor zorgen dat je weer snel te grazen genomen word door de next Crush.

Breekt jouw hart, breek zijn kloten. Je kunt Meneer Hufter ook te grazen nemen, zonder lichamelijk leed. Of, voor de vrouwenhaters onder ons. Het is mogelijk, om Mevrouw Soa haar vreugd te ontnemen, zonder dat je haar poes dicht laat laseren door een chirurg zonder diploma.

Het is heel simpel, en met een beetje doorzettingsvermogen zo gefixt. Het antwoord op al ons hartenzeer is easy; get the fuck over it. Hoe vervelend is het voor jou, om een van je vijanden te zien genieten? Als ik mijn aartsrivaal zie lachen, zou ik het liefste zijn tanden willen raken met een stoeptegel. Meerdere malen, achter elkaar.

Dus, get the fuck over it en geniet van de dingen om je heen. Geen ruzie meer met Meneer Hufter of Mevrouw Soa, omdat de afwas niet gedaan is. Geen preken meer, omdat we het niet met elkaar eens zijn. En eindelijk, eindelijk.. hoeven we niet meer naar elkaars modeflaters te staren, terwijl we bijna blind worden.

Geniet, en zijn kloten zullen pijn voelen. Met een beetje geluk vinden Meneer Hufter en Mevrouw Soa elkaar, en dan… dan kunnen wij met z’n alle pas echt lachen.

Mopperende hippie

Mopperende hippie

“Kun jij nog iets anders, behalve mopperen”, snauwt ze. Ik kijk haar aan, en vraag me af hoe lang ik dit nog vol hou. Haar geblondeerde, afstervende pornohaar dwarrelt voor haar ogen, en met haar misselijkmakende acryl nagels opent zij haar blikje fris.

“Nou, lieve zonnestraal van mij, tuurlijk kan ik iets anders dan mopperen. Ik zou je ook bij kop en ass beet kunnen pakken, en zo door het gat van de deur kunnen kiepen. Net als die dikke Philip altijd deed in The Fresh Prince Of Bel Air, weet je wel. Dat zou ik ook best kunnen.” Mijn woorden hebben even de tijd nodig, om door haar brain begrepen te worden. Mevrouw PornHair kijkt, alsof ze mij het liefst met een stoeptegel zou willen meppen. Pech voor haar, dat feest gaat niet door vandaag.

Mevrouw PornHair geeft niets om woorden op een pagina. Bloggen is voor haar maar een groot mysterie, en zeker dat gekakel van mij. “PornSluttie, waarom bezoek jij dan mijn blogje”, ik kijk haar aan en zie dat er niemand thuis is. Neem een slok van mijn thee, en blijf zwijgend naar haar kijken. In mijn hoofd tel ik tot zeven, of nouja, doe een poging tot. Gesprekstechnieken zijn soms vuil, maar handig.
Eenmaal bij vijf aangekomen, barst Mevrouw Pornhair los. Haar Leidse accent maakt het soms wat lastig te volgen, maar na een paar minuten komen we eindelijk bij de kern van het verhaal aan. De reden. Het antwoord, op mijn vraag.
“Omdat ik hoorde dat”, stameld ze. We zijn weer daar, waar het altijd begint. De reden, waarom er zo veel geluld word. Ik schud mijn hoofd, en ontgrendel mijn telefoon.

Stiekem zou ik eens een paar berichten online moeten gooien, over alle prachtige dingen die het leven mij geeft. De leuke jongen, die elke ochtend voor wekker speelt. Mijn liefste zusje, die mij maar wat goed weet te manipuleren -en dat mag best als je acht jaar bent-. Mijn uit de hand lopende hobbies, en alle andere fratsen die mij een big ass grijns leveren.
Maar, als ik dat doe. Voel ik mij net een bomenknuffelende hippie. Zo’n geitenwollensokken-dame, die maar met iedereen vriendjes wil zijn. Ik schop veel ste graag tegen bepaalde gebeurtenissen aan, ik ben graag opstandig en het liefste zou ik de hele dag mensen aan het denken willen zetten. Maar dan wel, met van die fijne vergelijkingen en schuilnamen. Gewoon, omdat dat kan.

How low, can you go

How low, can you go

“Ik wil alleen maar mijn familie terug.” Met trillende handen legt ze haar telefoon terug op de tafel. Haar jongste telg is al tientallen minuten aan het huilen, maar dat doet haar niets. Zijn schreeuw voor liefde, een schone broek en zijn krijs voor eten hebben geen effect op zijn moeder. De kleine jongen verschiet van kleur door het gekrijs, maar zijn moeder kijkt niet om.

Het verhaal van vandaag, is gebaseerd op een echt meisje. Triest, maar waar. Je hoort wel eens over dit soort lopende soa-bakken. Meestal gaat het dan om een vriendin, van een nicht die met de vriend van je buurvrouw gaat, maar vandaag is het een stuk dichterbij.
Zonde, want dit soort vuiltjes wil niemand in de buurt.

“Het lijk wel alsof je het ruikt. Ik ben zwanger, en het is van Meneer Aap.” Mijn liefste vriendinnetje trekt ze aan. Wanhopige meiden, de ex chickies van haar broer, staan maar wat graag aan haar deur.
“Je moet me helpen, ik wil hem terug. Ik kan niet zonder hem, en mijn leven stelt niets voor zonder hem.” Dat de lopende soa-bak van vandaag twee kids heeft, waar ze zich druk om moet maken doet er denk ik niet toe.
Bedoel, waarom zou je een standvastige moeder zijn. Waarom, zou je er voor zorgen dat je eigen vlees en bloed de beste opvoeding krijgt, die jij ze kan geven. Alle liefde, die ze verdienen. Nee, joh. Daar beginnen we niet aan. We blijven als een puberale kleuter achter de ex aanlopen. Want dat doe je, als goede moeder.

Het lieve vriendinnetje reageert kalm op het bericht wat vol met leugens staat. Ze wil zich er niet in mengen, maar zou het liefste Mevrouw Hulstblad -zoals we haar maar even voor het gemak noemen- plat op haar gezicht slaan.
Zo’n klap, die er voor zorgt dat haar hoofd terug stuitert, vanaf de harde, grijze stoeptegels. Ik denk trouwens niet dat het kwaad kan, Mevrouw Hulstblad heeft toch geen werkend brein in haar schedel.

Een paar dagen later, is het stil. Geen berichten meer, via het altijd handige facebook. Geen gestalk, of leugens meer. Rust. Die rust deed iedereen denken aan vroeger. Toen Mevrouw Hulstblad nog niet een stalkende soa-bak was.
Er is namelijk een tijd geweest, dat ze met open armen verwelkomt werd in een van de meest vriendelijke gezinnen in Leiden. Ja echt, dit huis heeft zijn deuren altijd voor iedereen open staan. Zet een stap over de drempel, en je bent thuis.
Moeders des Huize is vriendelijk voor iedereen, en Vaders des Huize vind alles wel goed. Misschien dat ze nu stiekem klaar staan met een honkbalknuppel achter hun rug, maar geef ze eens ongelijk.

De rust, was natuurlijk de welbekende stilte voor de storm. Er lag een paar dagen later een brief van de politie op de mat. Moeders des Huize scheurt de brief open, zonder enige twijfel. In haar linkerhand heeft ze haar telefoon vast, en zonder kijken belt ze naar Meneer Aap.
Hij neemt op, en heeft een tierende moeder aan de lijn. “Je moet je melden. Mevrouw Hulstblad heeft aangifte gedaan, en als jij je niet meldt.. dan komen ze je halen.” Ik geloof niet dat ik, op zo’n moment kalm had gebleven.
Nee, als ik meldplicht kreeg, door een stel agentjes die de leugens van mijn stalkende ex zouden geloven, dan zou ik zijn nek omdraaien. Zijn bloed laten wegkruipen tussen de voegen van de badkamer, en wie weet spuug ik hem wel in zijn gezicht. Op mijn blog dan natuurlijk, in een van mijn verzinsels. Want slaan, daar doe ik niet aan. Dat is voor degene onder ons, met de onkunde om zich ergens anders af te kunnen reageren.

Mevrouw Hulstblad heeft Moeders des Huize natuurlijk op de dag van melden een bericht of tachtig gestuurd. Ze heeft spijt. Wil geen ruzie. Moet Meneer Aap gewoon maar los laten. Wil weer eens langkomen. Gewoon, om te praten. Zodat ze samen weer door een deur kunnen. Met z’n alle. Ze wil geen gezeik. Ze wil gewoon haar familie terug. “Oh, en trouwens… ik heb de aanklacht ingetrokken.”
Meneer Aap heeft zich netjes gemeld, en heeft alles duidelijk uitgelegd aan de sterke hand van dit land. “Mevrouw Hulstblad heeft misschien wel geprobeerd om de aanklacht in te trekken meneer, maar zo werkt het niet helemaal. Wij gaan dit tot op de bodem uitzoeken.”

Hoe is het mogelijk. Mevrouw Hulstblad heeft verschrikkelijke dingen gedaan. haar kinderen verwaarloosd, de huishouding tot schimmel aan toe laten oplopen en boven al, te lui geweest om haar stinkende nest uit te komen. Laat staan, om eens een dag drugfree door te brengen.
Toen Meneer Aap zijn ballen bij elkaar geraapt had, en de lopende soa-bak aan haar lot overliet, knapte er iets in dat al niet best werkende brein van Mevrouw Hulstblad.
Ze appte hem, zijn moeder, zijn zus, zijn vrienden, en zijn nieuwe vriendin tientallen keren op een dag. Kwaad, verdrietig of vol in extase. Hij was niet weg, hij deed maar alsof. Het was maar een tijdelijke break, en oh wacht eens even.. ze was zwanger. Zwanger van de lucht. Of misschien heeft Mevrouw Hulstblad gewoon last van een opgeblazen gevoel. Al die leugens die zij de wereld in hielp, zorgde voor een emotionele blokkade. Ze kon niet meer poepen en dat opgeblazen gevoel, betekende natuurlijk dat ze zwanger was van degene die haar al weken eerder verlaten had.

Het zit mij dwars, dat een low life zoals Mevrouw Hulstblad overal zielig doet. Aangifte doet, wegens bedreiging en wie weet wat voor zooi nog meer. Dankzij dit soort dames, zijn er vrouwen die geen aangifte durven te doen. Want tjah, waarom zouden ze je geloven, als ze een kwartier geleden een dame vol leugens hebben geholpen?

En, wanneer krijgen die twee kinderen van haar, eens een moeder die voor hun vecht? Een volwassen, standvastige moeder die trots is op haar jongens en ze met alles bijstaat. Welnee, achter zaad aan gaan is veel belangrijker. Bah.

Positief afstraffen

Positief afstraffen

Ze rent over het perron, en wurmt zich nog even snel tussen de sluitende deuren van de trein. Gehaast gaat ze zitten, en hijgt alsof ze een marathon gelopen heeft. Mijn altijd kritiek leverende wenkbrauw schiet omhoog, en laat de gehele coupe zien dat ik een oordeel heb.

De trein deuren openen zich weer, en er stapt een oudere man in. Heel rustig, aangezien de trein pas over zeven minuten vertrekt. Ik ben gek op reizen met de trein, echt waar. Ik vind het stiekem wel erg leuk om mensen te kijken, en kan geen treinreis hebben zonder een gesprek te hebben met een wildvreemde. Wildvreemde. Wat een merkwaardig woord eigenlijk.

Ik zit, en word aangesproken. Iets wat ik niet begrijpen kan. Heel sociaal zie ik er volgens mij niet uit, als dat überhaupt al mogelijk is; er sociaal uitzien. Het gesprek met de hipsterboy duurt tot de eerste halte en hij wenst mij succes met de cursus van de dag. Ik wens hem veel plezier voor zijn verjaardagsfeestje, en dat was het dan. Dag meneer, tot ziens mevrouw.
De trein hobbelt verder en ik lees mijn opdrachten nog eens goed door. Vandaag gaat mijn werkgever mij eens leren hoe ik op de juiste manier, concrete feedback moet geven. De rillingen lopen over mijn rug, concreet. Jak. Duidelijk, welomschreven feedback gebaseerd op feitelijk gedrag.

Normaal gesproken ben ik dol op cursussen, workshops en opleidingen. Ik leer graag, en vind het fijn dat mijn werkgever ons ook deze kans geeft. Het is veel makkelijker om ons gewoon in de winkel te laten staan, dat scheelt veel gemopper van de oude garde. Dames die al jaren manager zijn, zitten er niet altijd op te wachten, om weer eens naar een cursus te gaan. Moeten luisteren naar een trainer, en vervolgens maar hopen dat ze de cursus met een positief resultaat afsluiten.
Ik vind het ook niet altijd even leuk, en voel mij soms net een kleuter. Over achtentwintig dagen sta ik al acht jaar op de winkelvloer. Tussen dames met een ervaring van meer dan 26 jaar, voel ik mij een kleuter. Onnozel, en wat betweterig.

Mijn knieën zijn niet blij. Ik zit vooraan, en probeer mijn stelten van benen netjes onder het klaptafeltje te krijgen. Een onmogelijke opgave, en helaas ben ik niet lenig genoeg om mijn benen eventjes in mijn nek te leggen. De trainer van vandaag is hopelijk sportief aangelegd. Dan kan ze, als ze voor mij langs wil eventjes aan de hink, stap, sprong.
Of, plat op je plaat gaan. Het is maar voor welke weg ze kiest.

Stiekem, geldt dit ook voor mij. Ik kan lastig gaan zitten doen en bij mijn standpunten blijven staan. Dat concreet feedback geven, volgens de gouden regels van feedback niet voor mij werkt. Dat ik niet geloof in beginnen met positief, iemand daarna op zijn verbeterpunten wijzen en vervolgens weer positief afsluiten. Dat ik stiekem gewoon veel liever “joh, kut! schiet eens op” gebruik, aangezien dat stukken sneller werkt.
Maar, ik kan ook meewerken. Met een luisterend oor naar alle tips van de trainer luisteren en wie weet, zo heel stiekem, misschien nog iets leren. Bedoel, de oude garde werkt al genoeg tegen, en mijn doel is juist om anders te zijn dan hun. Lekker tegendraads, moet kunnen. Maar niet vandaag, vandaag zijn we concreet.

Na een kleine vijf uur aan les en uitleg, kan ik jullie vertellen dat er niets concreets aan is om concreet te zijn. Het kost veel meer voorbereiding, en voelt voor mij nog een tik onnatuurlijk aan. Alsof ik een kleine robot ben, die een heel stappenplan afwerkt. Verschrikkelijk. Er is niets concreets, aan concreet zijn. Het is vaag, uit de lucht gegrepen en zweverig. Concreet feedback geven is niets anders dan een benaming voor positief afstraffen, en als ze de cursus nou zo genoemd hadden… dan had ik er vast met een andere houding gezeten.
Oh nee, want mijn benen passen niet onder het klaptafeltje en ook niet in mijn nek. Het blijft een hink stap sprong verhaal. Dat hele concrete gedoe.

Gelukkig heb ik de cursus afgelopen donderdag met positief resultaat afgesloten, en ga ik aankomende dinsdag ook mijn wijze ontvangen lessen toepassen in de praktijk. Hoe dat afloopt?