web analytics

Archief van
Maand: januari 2015

Meisje

Meisje

“Je vindt nooit meer iemand zoals mij!” Ze gooide de deur dicht en daar stond hij dan. Aan de andere kant van de deur. Klaar om zijn hart, ballen en ziel op te rapen. Verder te gaan en zich te realiseren dat een ander vinden, zo´n slecht idee nog niet was.

Daar zat hij dan, Meneer Blauwtje zat tussen ons in op de bank. Stoer te doen, zich te vermannen. Echte mannen huilen niet, doen alsof we nog in een grot wonen en laten zeker hun verdriet niet zien in het gezelschap van een meisje. Ach, het zal een compliment zijn. Ze zien mij nog als meisje.

Ik zak onderuit, geef meneer Spraakzaam de look. Mijn ogen spreken wat ik denk en gelukkig kent hij mij lang genoeg om de boodschap te begrijpen. Langzaam staat hij op, mompelt iets over bier halen en grijpt naar zijn pinpas. Hij kijkt Meneer Blauwtje aan en zegt dat ze het wel even zullen oplossen. Dat hartzeer.

“Donder nou maar op, lang end. Ik zorg wel voor Meneer Blauwtje.” Ik knik, wijs naar de deur en stuur Meneer Spraakzaam in zijn eigen huis weg. Misschien niet heel netjes, maar soms zijn meisjes dat gewoon niet. Hij pakt zijn sleutels, stuurt mij een vlugge knipoog en wandelt op zijn gemak de deur uit.

Daar zitten we dan, in een huis dat niet van ons is. In de rommel, die wij toch niet hoeven opruimen. Achter een tv, die helaas ook niet van ons is. Meneer Blauwtje zucht, zegt geen woord en staart zonder te kijken. Langzaam kruipen de scheuren in zijn ikbenheuswelstoer-imago en beginnen de emoties te kriebelen.

“Misschien vind je nu wel een griet met echte tits. Of een echte persoonlijkheid. Of beiden. WINWINSITUATIE!” Hij haalt zijn schouders op, plakt vervolgens een gemaakte glimlach op zijn gezicht. Mannen met hartzeer, het zou verboden moeten worden. Ik kijk hem aan, zwijg en wacht op zijn breekpunt. Mensen kunnen niet tegen stilte, ze gaan vanzelf praten en ik hoop dat Meneer Blauwtje dit ook doet.

“Niets in het leven is zeker.” Plots vallen de woorden uit zijn mond. Ik kijk hem aan, zie zijn ziel vechten en hoor op de achtergrond gerommel. De muren van de grot storten in, nemen zijn gemoedstoestand mee en daar zit hij dan. De blauwe waterval.

“Jawel. Sommige dingen zijn zeker.” Ik wil hem niet troosten, geen arm om hem heen slaan of hem begraven onder de papieren tissues. Die trouwens knap lastig te vinden zijn, in een huis wat niet van jou is. Ik geef hem een glas water, laat de waterval stromen en knik zo nu en dan.

Het leven is een zwart gat. Zij is een dom wicht en hij verdient veel beter. Het typische break up geouwehoer in combinatie met de onzekerheden van het leven. Ik droom in gedachten af, verbeeld mij de antwoorden waarmee ik een tienermeisje gerust zou stellen wanneer haar hart in stukken gescheurd is en vertel Meneer Blauwtje precies hetzelfde.

Het werkt.

“Ik vraag toch niet om iets vreemds… ik wil alleen maar zekerheid!” Hij kijkt dwars door mij heen, spuwt al zijn verdriet over de tafel en heeft steun nodig. Even beeld ik mij in, hoe het zou zijn als we elke hartzeer-patient uit zijn of haar lijden zouden verlossen. We gunnen niemand pijn, verdriet of leed waarbij onze ziel in stukken gesneden wordt. Uitgedeeld wordt, alsof het niets is. Vertrapt, verloochen en vergeten. (Dat gunnen we enkel onze ex.)

Ik schud mijn hoofd, keer terug in de realiteit en hoor Meneer Spraakzaam binnen waggelen met het mannen elixer onder zijn arm. Vol afschuw kijk ik hem aan, veroordeel ik zijn drank en als een echte straight edge chick zou ik de bierflesjes zo naar buiten willen mieteren.

“Weet je wat zeker is, Blauwtje?” Meneer Spraakzaam heeft schijnbaar een deel van ons gesprek meegekregen en wacht geduldig tot hij de volle aandacht heeft van onze zielepiet. Meneer Blauwtje kijkt traag zijn kant op, probeert zich te vermannen. Herpakt zich, en zit binnen enkele seconden als de echte macho weer op de bank.

“We drinken het er wel uit. Dat, is zeker!” De oerkreten van het stel holbewoners klinken snel, Netflix schiet aan en ze hebben vervolgens van die typische cave men gesprekken. Het is zeker, dat ik een meisje ben. Een heel gewoon meisje. Dat geen reet begrijpt van mannen en hun hartzeer

Komt wel goed, schatje

Komt wel goed, schatje

“Het komt wel goed.” Vier woorden uit de hel gegrepen. Het komt wel goed. Het, is een verslapping van het probleem. Het is het benoemen van het probleem niet eens waard. Gadverredamme, het siert de hoofdrol nu al. Zonder dat jij enig idee hebt, wat er aan de hand is. Of, dat ik dat heb.

Er is niets aan de hand, ik heb niets te klagen en mag niet mopperen. Misschien, is dat stiekem het probleem wel. Het gaat gewoon zijn gangetje. Nog zoiets, verschrikkelijk. Ik ben geen fan van halve tamme uitspraken, zonder emotie.

Nee, ik vertel liever dat ik straal als de zon. Mij voel als een luiaard die al drie uur op zijn kop hangt, of dat ik het liefste wil wegkruipen in een iglo van dekens en kussens. Gewoon, omdat het kan. Ik gebruik woorden, omdat zij ze laat liggen.

Oh, er is dus schijnbaar wel iets. Maar wees niet ongerust. Vrees niet, het komt wel goed! Mevrouw Ashoop irriteert mij mateloos. Zodra haar mond open gaat, weet ik niet waar ik het moet zoeken. Onder de tafel is geen rust, in mijn winterjas vindt ze mij en zelfs met mijn FUCKOFF-hoofd boek ik tot de dag van vandaag, geen succes.

Haar stem is als die van geen ander, haar houding laat alle overledenen herrijzen en als het even kon trok ik aan haar oren. Misschien openen haar gehoorgangen zich dan, en boek ik eens vooruitgang.

Ze is als een hoop as. Zonder emotie, verteld ze haar verhalen. Vol plezier, vol gal. Het maakt niet uit, het voelt allemaal hetzelfde. Haar leven, voelt als dood. Er is geen plezier in haar stem te vinden, geen pijn tijdens treur. Het is allemaal zo grijs, iets waar ik heel moeilijk mee om kan gaan.

Misschien zouden wij elkaar moeten aanvullen. Ik mijn kleur laten minderen, en zij misschien eens iets meer stralen. Maar, als het zo door gaat. Dan straal ik straks, van achter de tralies.

Sleutel

Sleutel

Eerlijkheid is de sleutel van vertrouwen. Ik las de zin nog maar eens, voelde in mijn zakken en haalde mijn sleutelbos tevoorschijn. De sleutel is alles behalve recht, krom geslagen door de tijd. Het geweld en de onkunde van de vorige eigenaar. Mijn sleutel is een boemerang in undercover fase. Maar zolang hij het nog doet, komt er geen ander.

Misschien dacht ik jarenlang zo over de Hufter. Krom geslagen lang end, met in zijn handen mijn vertrouwen.

“Geloof me nou, hij gaat vreemd.” Mijn beste maatje kwam met het nieuws. Ik wilde het niet horen, speelde mol met een struisvogel lichaam en vocht tegen de waarheid die al maanden op tafel lag.

Volgens mij is het ondertussen al meerdere malen voorbij gehobbeld op de blog. De Hufter was een Hufter. Is een kwal en zal dit waarschijnlijk altijd wel blijven.

Het pijnlijke aan het hele verhaal is, dat ik echt tot over mijn oren verliefd ben geweest. Op iets wat breekt. Illusies creëert en alles achter laat. Opnieuw begint en het zwarte schaap speelt.

Eerlijkheid is de sleutel tot vertrouwen. Wat als je daar dan plotseling staat. Met een deel van de sleutel in je hand. Met alle kracht die je kende, het slot wilde forceren. De sleutel bewoog, boog en brak.

Hoe zou het voelen om dat met zijn nek te doen? Bewegen, buigen en breken. Nu is het vandaag niet de dag om aan een bestseller van een horror te beginnen. Dus vaarwel agressie.

Vertrouwen is geen sleutel. Het is iets zwarts. Iets wits. Het is ontastbaar, maar breekbaar. Gek eigenlijk, je kunt het niet aanraken. Niet grijpen of kopen, maar wel voelen. Dragen, uiten en breken.

Het past niet

Zoals het hoort

Geen zuiver lied

Zoals ons bekoort

Geen zwart

Geen wit

Verward

Bloedrood

Noem

Noem

Hij vindt het vervelend. Gevoelens die niet besproken worden, verzwegen en weggestopt. Als een klein cadeautje der Duivels, wachtend tot de explosie. Als een echt duveltje in een doosje, wachtend op het verkeerde moment.

Emoties uiten zich niet altijd op het juiste moment. Op de juiste manier, of sowieso ooit. Het is alsof we er ons soms voor schamen. Vol twijfel zat hij daar, schreef hij. Dacht hij, aan haar. Wetende dat er soms niets anders opzit dan wachten. Wie weet, niet tot de slopende spreekwoordelijke ons. Die niemand van ons overleefd.

Noem hem

Zoals je wil

Groot maar warm

Klein en kil

Noem haar

Zoals je denkt

Al het moois

Wat je kent

Noem ons

Wat je voelt

Vertel eens echt

Wat jij bedoelt

Meneer Ziel legt zijn pen neer, zucht en sluit zijn ogen. Hij hoort de slagen van de secondewijzer zijn schedel binnenkomen, stuk voor stuk. Netjes op een rij. De slagen weten wat te doen, hoe zich te gedragen en op welke wijze te verdwijnen.

Hij ademt, luistert en weet. Dat niemand van iets weet. Zij zal nooit haar gevoelens op tafel gooien, omdat haar ziel nog in stukken op de vloer ligt. Haar hart klopt, wonder boven wonder. Maar niet op tafel. Ook niet straks

Spiegel

Spiegel

Haar handen vormen een sjaal, om zijn nek. Steeds strakker, tot de lucht zelfs uit zijn traanbuizen komt lopen. Zijn ogen rollen weg, het bloed kruipt uit zijn oren. Ze wurgt hem met liefde, iets wat hij nooit heeft gekend.

Mevrouw Hartzeer knijpt zijn nekwervels fijn, laat een spoor van vernieling achter en als hij niet stopt met spartelen, spuugt ze hem dadelijk nog in zijn gezicht. Ze uit haar liefde, wraak en passie binnen enkele seconden en ziet zijn ziel verdwijnen. Of in ieder geval, dat wat hij zijn ziel durfde te noemen.

Sommige mensen hebben geen ziel. Geen geweten, of besef van goed en kwaad. Ze zijn leeg, koud en zullen de extreme op moeten zoeken. Ze schreeuwen om leven, terwijl je zonder ziel natuurlijk dood bent. Het is alsof je dwars door de zielloze heen kijkt. Voelt dat er niemand thuis is en weet dat je alleen jezelf maar in de maling neemt.

“Hij heeft een vriendin.” Mevrouw Hartzeer kijkt mij aan, de tranen verzamelen zich in haar ooghoeken en het voelt alsof de wereld zwart wordt. Ik trek mijn ‘oh wat rot voor je’-kop op, maar doe in gedachten een dansje. Hij, de drunkjunk die hij altijd al is geweest, heeft een vriendinnetje. Een neukgat die naar zijn gebruikerswil danst en waarschijnlijk even kansloos als hem zal eindigen.

“Gezellig toch, samen in een afkickkliniek?” Ik leg haar uit, hoe het zit. De waarheid, volgens mijn ogen. Mijn gedachten en de vorige flaters die bewijzen dat een relatie met een junk een no no is. Je kunt niet gelukkig zijn, met iemand die niet leeft. Hij leeft zielloos, dwaalt rond en vecht voor niets. Niets anders, dan zijn verslaving. Zijn shot, zijn witte neus of het bloed wat jaren geleden al vervangen werd door alcohol.

Mevrouw Hartzeer vertelt wat het haar doet, hoe haar emoties de macht overnamen. Ze stond voor hem, spuugde hem echt in het gezicht en liep weg. De rillingen lopen over mijn rug, hoe minderwaardig kan je zijn. Hoe laag kun je gaan, om het niveau van de persoon tegenover je te halen?

“Nu is het echt voorbij.” Ze wil niet toegeven, dat dit haar redding is. Een kans op een betere vangst. Gewoon, eens iets wat wel een toekomst heeft. Een toekomst zonder gelal. Zonder slechte trips, of voicemails vol met dronkenmansgezwalk. Ja het is voorbij.

“Eng hé, meisje.” Ik trek mijn haar recht, dans door de nevel van parfum en kijk nog eens in de spiegel. Een nieuw begin is eng. Maar mijn nieuwe begin, heeft geen kliniek nodig. En dat is, een cadeau. Die ruggengraat van mij, komt nog wel eens ergens.

Pick Up

Pick Up

“Kom je hier wel vaker?” Met mijn gezicht op onweer sta ik tegen het bushok aan te leunen. Ik trek voorzichtig de oordopjes uit mijn oren. De keiharde metal vliegt de straat over, omstanders kijken verschrikt op en ik vraag hem wat er nou net uit zijn mond kwam waaien.

“Kom je hier wel vaker?” Hij herhaalt zonder enige twijfel, een van de meeste zwakzinnige openingszinnen ooit bedacht. Vluchtig denk ik na, zal ik hem een smart ass antwoord geven? Doen alsof ik val voor zijn zin en lief glimlachen, terwijl ik mijn haar charmant weg stop achter mijn oortjes? Waarom denk ik hier überhaupt over na. Ik ken mijzelf, als ik niet op let tijdens het reizen mis ik mijn bus. Mijn halte, of gewoon alles.

Meneer Flirt zakt iets door zijn knieën, kijkt met zijn groene ogen mijn kant op en zoekt oog contact. Wacht, serieus? Ga ik het dan toch ooit meemaken, dat een Flirt oogcontact zoekt? Alsof de hemel opensplijt, engeltjes naar beneden zweven en Jezus op een wolk met een kick ass gitaar naar beneden komt dalen. Terwijl hij de laatste John Coffey tunes speelt, maar dat begrijpt iedereen natuurlijk.

“Alleen als mijn persoonlijke chauffeur een dagje vrij heeft.” De smart ass opmerking vloog eruit, nog voordat ik het door had lagen de woorden al op straat. Meneer Flirt schiet in de lach, komt een stukje dichterbij staan en mompelt iets over vrouwen met humor.

Vreemd genoeg blijft hij in mijn ogen turen, even begin ik te twijfelen of mijn voorgevel misschien verdwenen is. Ik kijk naar beneden, zie dat de boel er nog gewoon aan zit en zucht van opluchting. De gedachten dat ik misschien een homofiel aan de haak heb, schiet door mijn brein. Al snel realiseer ik mij, dat Meneer Flirt dan niet tegen mij zou praten. Nee, dan zou hij voor de hipster boy gaan, die nog geen drie meter bij ons vandaan staat te gluren.

“Maar nu eventjes serieus. Ga ik je hier vaker tegenkomen?” Meneer Flirt wil een echt antwoord, ik knik en vertel hem dat ik toch zeker zo’n acht keer per week bij dit charmante bushokje sta te wachten. Op een bus die te vroeg is, te laat is, of gewoon helemaal niet meer komt. Hoe dan ook, ja. Ik kom hier vaker.

“Dan stap ik hier voortaan ook op.” Hij kijkt, knipoogt en zijn groene ogen dwalen af. Ha! Mijn hart slaat een slag over, van binnen doe ik een dansje en ik glimlach. Niet dat de Flirt het ziet, het land des Voorgevel trekt zijn aandacht.

Meneer Flirt, is dus toch echt een vent. Eentje, met verschrikkelijke openingszinnen. Maar wie weet, is dat wel een goed ding.

Plafond

Plafond

“Laat het nou maar.” Hij kijkt strak voor zich uit en even begrijp ik er helemaal niets van. Hier zit ik dan, op de welbekende hangbank, met een waterflesje in mijn handen. Ik probeer oogcontact te zoeken, maar hij wil er niets van weten. Hij kijkt naar buiten, opzij en besluit plots om naar het plafond te gaan staren.

“Komt het plafond misschien naar beneden dan, sukkel?” Ik laat mijn hoofd tegen zijn schouder aanleunen en wacht op antwoord. Woorden die niet komen. De stilte valt en even lijkt het alsof de secondes voorbij kruipen. De wijzers op de klok kruipen zacht, mijn tenen wiebelen en ik besluit om maar eens mee te doen. Het wereldkampioenschap plafondstaren, voor de Leidse sukkels.

“Best gezellig zo, dat plafond kijken.” Eindelijk komen er een paar woorden uit, Meneer Spraakzaam heeft de realiteit weer gevonden en laat weer van zich horen. Ik vraag hem, waarom het plafond ineens zo interessant was. Waarom het zo stil was. Waarom de zorgen niet gewoon op tafel gegooid worden. Gewoon, waarom.

“Een echte man, lost zijn problemen zelf op.” Hij kijkt mij aan en knikt. Meneer Spraakzaam stopt de rebelse haarlokken die mijn gezicht oorlog verklaard hebben, weer achter mijn oor. Mijn wenkbrauwen klimmen omhoog, ik weiger te geloven in dit soort onzin.

“We zijn geen holbewoners meer.” Waarom zou een man zijn gevoel niet op tafel kunnen gooien. Wat maakt het tonen van emotie een zwakte? Waarom, zou het een zwakte zijn? Persoonlijk vind ik, dat het lef hebben om emoties te tonen veel sterker is dan het verzwijgen. Het weg stoppen, of het bespotten. Wij leven, wij voelen. Wij uiten.

Hij lacht en mompelt dat Loes NietvoordePoes hem wat zorgen in zijn hoofd gebracht heeft. Hij moest maar eens gaan settelen, voordat zijn kansen verkeken waren. De tijd vloog namelijk voorbij, volgens Loes NietvoordePoes. Ik schudde mijn hoofd en keek hem aan.

Zijn blauwe kijkers zaten vol met wanhoop, hij wilde niet. Maar was bang. Ik glimlachte er maar wat op los, omdat dat stiekem was wat hij nodig had. Stilte, een luisterend oor en het begrip. Loes nietvoordePoes is onlangs bevallen, ze behoort tot de volwassen-kant van de vriendengroep en voelt zich geroepen om ons naar de Dark Side te halen. Settelen is iets wat moet.

“Carrière maken, voordat de bom valt?”, fluister ik zacht. Meneer Spraakzaam lacht, snapt de boodschap en weet stiekem al lang dat ieder zijn eigen tempo bepaald. Dat Loes nietvoordePoes eigenlijk een kattenklauw in haar gezicht verdiend, omdat ik een halve avond mee heb gedaan met de wereldkampioenschappen Plafond Staren.

“Klaar met dat emotionele gedoe voor vandaag.” Hij staat op, pakt zijn laatste game erbij en stuurt een vlugge knipoog. Ik blijf erbij, emoties tonen is menselijk. Normaal. Goed voor je. Ook, als je het pech hebt, een man te zijn

Knettergek

Knettergek

De zon vangt schaduw, verdwijnt en even is alles zwart. De temperatuur daalt, Mevrouw Hartzeer sluit haar ogen. Is dit leven, of is dit dood? Ze denkt, aan het niets denken. Realiseert zich, dat echt niets denken knap lastig is. Bedenkt zichzelf, dat hij het op een rennen moet gaan zetten. Ze staat op, opent haar ogen en ziet dat de zon nooit weg geweest is. Dat het slechts zwart is, wanneer zij haar ogen sluit en hetgeen wat je niet doodt, je slechts sterker maakt. Of, knettergek.

Nooit heeft ze het begrepen. Dat wat je niet doodt, maakt je sterker. Bullshit. Dat wat je niet van je hartslag beroofd, maakt je zwakker. Er ontstaan barsten, het breekt. Tot er een tijd komt, dat het gewoon over is. Die dag, dat zelfs een perfecte cirkel buigt. Te vormen valt, tot iets wat het nooit had mogen zijn.

Ze belt Meneer Hufter. Twijfelt even, maar kiest voor de ondergang. In gedachten hoort ze haar beste vriendin. Vol afwijzing, klagend dat contact met de Hufter gewoon een slecht idee is. Een ex, is een ex. Dat heeft gewoon zo zijn redenen.

De overgangstoon blijft gaan, Mevrouw Hartzeer telt de zachte tonen en weet wat er komen gaat. De voicemail. Eigenlijk niets anders, dan een reddende engel. Je wilt niet horen, wat hij te zeggen heeft. Je wilt niet weten, wat hij maar wat graag van de daken schreeuwt. Je wilt tenslotte niet weten, waar het misbaksel zijn zaad laat.

Daar zit ze dan, verlaten aan een oude tafel. Het theehuis op de hoek is verlaten, vergeten en warm. Zoiets als de zon, die schaduw vangt. Uit haar tas, haalt Mevrouw Hartzeer een pen, wat papier en een flinke dosis zelfmedelijden.

Haar pen raakt het papier, de woorden vloeien. Zonder gedachten, of talent.

De druppels liepen zacht

langs mijn raam

Lieten mij twijfelen

over ons bestaan

Hoe traag liep ik weg

zonder te blijven staan

Ik keek niet om

maar wel vaak terug

Was niet langer meer daar

of op de vlucht

Dat wat je niet doodt, maakt je knettergek. Wetenschap over zaken die je niet wil horen, maakt je gek. Acceptatie die niet komen wil, drijft een gezonde geest tot waanzin. De muren sluiten in, het plafond perst ons samen en het geduw van achter is nergens goed voor.

Mevrouw Hartzeer pakt haar mobiel. Wist zijn nummer. Verwijderd, haar ex. De Hufter, is niets meer. Dan het verleden. Tot hij vannacht weer belt. Met spijt. Vrienden wil zijn. Want kom op, al die jaren? Zijn toch niet voor niets geweest

Vrij

Vrij

Met het mes op zijn keel, schreeuw ik de longen uit mijn lijf. Hij vreest voor zijn leven, kijkt mij smekend aan en laat door angst zijn urine lopen. Er zou gewoon een put moeten bestaan, waar we zonder enige gevolgen onze ex in mogen dumpen.

Een metersdiepe put, die eindigt in het midden van de Hel. Satan wacht hem op, zal hem martelen tot het woord pijn een nieuwe betekenis krijgt en ik zal mijn recht krijgen. Mijn hart, verscheurd. In tientallen stukken geslagen, omdat het slechts een stuk speelgoed was.

Hamertje Tik kreeg in de afgelopen jaren een nieuwe betekenis, en ik? Ik was zo stom om te blijven. Gelovend in een sprookje, of een happy end. Hopend op een wonder. Een geschenk uit de hemel, verlossing. Na het kweken van een set ballen vond ik het. Het eind.

Drie kleine alinea’s, gegrepen uit het stukje wat ik eigenlijk had getypt voor vandaag. Een verhaal vol bloed, geweld en haat. Maar ergens, lijkt mij dat niet zo gepast voor vandaag. Misschien iets voor morgen, of gewoon iets voor straks. Of iets, dat ik gewoon gisteren al had moeten plaatsen.

Er zijn soms van die momenten, die je niet kwijt gaat raken. Bepaalde tijdstippen in je leven, die je over tien jaar nog steeds als de dag van gisteren kunt terug halen. Het leed, of geluk dat zijn sporen na laat voor de rest van ons miezerige leven.

Voor vele van ons, zal gisteren zo’n dag geweest zijn. Het maakt niet uit hoeveel woorden we er aan vuil maken, het zal nooit zijn zoals het was. En misschien is dat ook wel goed. Begrijp me niet verkeerd, maar de oplossing kan pas komen na het probleem. In ieder geval, zo denk ik er over. En we mogen van geluk spreken, dat wij dat recht hebben. Vrij denken. Vrij spreken. Vrij zijn.

Je kan om alles lachen.

Maar niet met iedereen.

Fantasie

Fantasie

“Jij ook, met je fantasie.” Hij legt de pagina’s neer en staat op. Mijn hart slaat een paar slagen over, mijn adem stokt en ik weet niet hoe ik moet reageren. Vol met wanhoop kijk ik hem aan, hopend dat er nog een reactie uit komt.

Hij loopt weg, en ik hoor hem rommelen in de keuken. Was het dan zo slecht? Ik gaf hem een verhaaltje hartzeer, compleet uit mijn duim gezogen maar met de welbekende oergevoelens. Rauw, omdat ik zo het liefste werk. Vol met verwijten, omdat ik er genoeg heb.
Mevrouw Hartzeer was de ster van het verhaal, en trapte zonder enige pardon de kloten van de Hufter zo ver naar binnen dat niemand ooit nog iets van hem hoorde. Zijn toon was voor het menselijk oor, gewoon niet te verstaan. Ze overleefde de ervaringen, ging een nieuw pad op en ontdekte natuurlijk de Hufter TweePuntNul. Ik wil geen sprookje schrijven, daar zijn er meer dan genoeg van.
Misschien ging ik te ver, deed ik hem denken aan zijn ex. Meneer Grijs, zoals ik hem vandaag maar even noem, kreeg een paar weken terug dé bitchslap van het jaar in zijn gezicht. Niet geheel verdiend, maar wel behoorlijk vermakelijk. Mevrouw SlaGraag kwam natuurlijk binnen enkele dagen weer terug. Op haar knieën, met de grootste puppy ogen die je ooit zag. Ze heeft het niet in haar, om een bitch met ballen te zijn. Meneer Grijs opende de deur, en vertelde haar dat. “Die titten zijn gekocht, nu je ruggengraat nog.”

Een paar minuten later komt hij terug, in zijn handen twee bekers thee. Hij zet ze op tafel, natuurlijk naast de onderzetters en ik blijf staren. “Vertel eens moppie, wanneer krijg ik een gesigneerd exemplaar?” Hij glimlachte, zoals alleen hij dat kan en gaf mij het geschreven verhaaltje weer terug.
“Ik zie het al gebeuren. Boven in het schap, staat je woord. Alle tienerkutjes tellen hun zuurverdiende vakkenvullers centen bij elkaar, lopen naar de kassa en gaan eindelijk eens lezen. Een paar dagen later krijgt de boekenverkoper het weer druk. Alle toekomstige patsertjes moeten het weten, waar blijven hun naaktfoto’s? Ze kopen jouw boekje, om er vervolgens achter te komen dat hun scharrels een ruggengraat gekocht hebben. Dat is nog eens wat anders, dan een paar titten.” Hij bazelt een eind weg, en ik vraag mij af of hij in een hallucinatie terecht is gekomen.

Mijn handen warmen zich aan de thee, citroen thee zonder suiker. Ik neem een slok, terwijl ik geduldig wacht. Meneer Grijs veranderd in een spraakwaterval en zo nu en dan komen er van die grappige woorden voorbij. Af en toe gniffel ik iets, maar hij is te druk. Plots is het stil, hij kijkt mij aan en vraagt wat er is. “Jij ook, met je fantasie.”, ik stuur hem een knipoog. Voordat ik ook de boodschap ‘ruggengraat-kopen’ meekrijg.