web analytics

Archief van
Maand: februari 2015

Vergaan

Vergaan

“We zouden het gewoon moeten doen.” Zijn donkere ogen staan vol plannen. Stralen, maar branden op zijn leed. Meneer Blauwtje heeft het flink te pakken, hartzeer twee punt nul.

“Een afscheidsbrief?” Ik ben van nature een vreemd ding. Ik geloof niet, maar zweef. Wil heel stoer zijn, maar ben van porselein. Ik schreeuw het van de daken, terwijl ik slechts fluister.

Meneer Spraakzaam vraagt of hij ook mee mag doen. Hij heeft talent voor woorden, leeft graag in fantasie en wil de spot met ons drijven.

Daar ligt het vel papier, voor mij op tafel. Leeg, eigenlijk niets anders dan een spiegel. De woorden die je schrijft, zijn de weerkaatsing van gedachten. Mijn plezier, of in dit geval mijn leed. Het oude zeer, dat soms nog voelt als de dag van gisteren.

“Kan je het wel?” Meneer Spraakzaam lijkt even bezorgd, zag hoe ik mijn zucht de wereld in hielp en hoe de woorden door mijn gedachten vlogen.

Ik knik en vertel hem dat ik net super woman ben, alleen dan knapper. Hij lacht, mompelt iets over aantrekkelijke arrogantie en waggelt de keuken in.

“Hey! Dan steken we daarna de brieven in brand!” Meneer Blauwtje trekt een grijns, ziet de vlammen al vechten. Branden, zoals hij haar graag zou laten branden. Gewoon, tot er slechts een hoopje as overblijft.

Zijn pen raakt het papier, terwijl het puntje van zijn tong uit zijn mond spiekt. Hij vergeet de wereld om hem heen en heeft niet door dat meneer Spraakzaam naast hem gaat zitten.

Zacht leest meneer Spraakzaam de woorden voor. Meneer Blauwtje blijft schrijven en even verbaasd het me. Hij schrijft over de dingen die hij al lang wist. De zaken die altijd al aan de oppervlakte lagen, maar keer op keer terug geduwd werden. Terug naar de bodem, daar waar echte monsters geboren worden.

Meneer Spraakzaam pakt een vel papier en kauwt wat op de achterkant van zijn pen. Hij wiebelt wat met zijn wenkbrauwen en kijkt waar Meneer Blauwtje zijn ogen op heeft gericht.

Ons pijnpikkie is druk met de woorden, ze stromen op papier en Meneertje Blauwtje vergeet alles om hem heen. Hij is zo druk dat hij de vluchtige knipoog van Meneer Spraakzaam niet opmerkt. Geen schande, want ik geloof dat de snelle non verbale uiting ook niet voor hem was.

Even gooit hij zijn Alpha imago aan de kant, mompelt iets wat mijn oren niet opvangen en verdwijnt. Daar zit ik dan, aan tafel met twee mannen.

Meneer Blauwtje heeft het er zwaar mee. Zijn emotie uiten op een stuk papier. Misschien, had hij dat in de relatie eens moeten doen. Wie weet, schreef hij dan nu wel een liefdesvers.

Meneer Spraakzaam schermt zijn woorden af, ik heb geen flauw idee welke zinnen vechten op zijn vel papier. De nieuwsgierigheid in mij brandt en het liefste zou ik het geschreven woord uit zijn handen trekken.

Even zie ik mijn porseleinen armen afbreken, hoe mijn gegil de theeglazen doet breken en ik realiseer me hoe levendig mijn fantasie soms kan zijn.

Vreemd genoeg vlogen de woorden voor mijn afscheidsbrief mijn gedachten in. Alsof het niets was, nooit geweest was en nooit zou worden.

Mijn pen raakte het papier, de inkt vloeide en woorden werden geboren. Uit niets, kruipen zinnen. Leren ze staan als korte alinea’s en vormen ze het verhaal.

Plots schiet Meneer Blauwtje van zijn stoel. Als een trotse kleuter staat hij daar, met de vellen papier in zijn hand. Te zwaaien alsof de vrouw van zijn leven langs komt lopen, stuiterend zoals hij van een xtc pilletje zou doen.

“Gaat het, of heb je kortsluiting daarboven?” Meneer Spraakzaam lacht, ziet zijn beste vriend graag zoals hij daar staat. Trots, vol van energie en dwaas van gedrag.

“De fik erin!!!!” Meneer Blauwtje wil de vlammen het leven schenken, zijn woorden laten vergaan zoals zijn relatie dat was.

vergaan

maar niets vergeten

hoe alles ooit

begon met daten

hoe hij ooit

door haar bezeten

maar nu alleen

en totaal versleten

Kink in de kabel

Kink in de kabel

“Zal ik je anders even iets geven, om over te praten?” Even lijkt haar lichaam te verstenen, ze beweegt niet en ik vraag mij af, of ze nog wel ademt. Ik loop op haar af, zie in gedachten de genadeklap al komen en weet zeker dat haar hoofd heerlijk zal stuiteren tegen de muur. Vrouwen maken ruzie, feeksen gaan elkaar te lijf.

Mevrouw Perfect speelt graag spelletjes. Doet alsof ze uit het etiquette boek gestapt is en zal nooit een ongetogen woord over een ander spreken. Tot het moment, dat je drie meter bij haar verwijderd bent. Dan ontwaakt haar alter ego Imperfectie, breekt de poort van de Hel open en staat zij daar als een in teer gegoten tippelaarster.

“Ja, ik kon toch ook niet weten dat het maar een roddel was?” Mevrouw Perfect zet haar handen in haar zij, neemt een tienerhouding aan en verdedigt haar woorden. Nog voordat ik haar kon uitleggen, wat mijn probleem is. Ik realiseer mij direct, dat ik met een waarzegster te maken heb.

Ze kan natuurlijk in de toekomst kijken, zonder dat ik haar vertel waarom ik zo kwaad ben. Ze weet al wat er komen gaat, heeft in haar glazen bol gezien hoe ik haar nek omdraaide en wil dit voorkomen. Het enige nadeel zal zijn, dat die toekomst voorspellende bol, haar eigen glazen oog was. Niet geheel waarheidsgetrouw dus.

Daar sta ik dan, tegenover de kleine dwerg met hakken. Haar lengte is net zo hoog als haar intelligentie, vandaar de palen onder haar voeten. Ze probeert zo dicht mogelijk bij de hemel te komen, vergeet dat de hel de enige plek is waar zij thuis hoort.

“Waarom doe je hem zoiets aan?” Geroddel hoort bij ons, ik weet het. We oordelen, praten en denken overal verstand van te hebben. Je kunt alleen wel een groot verschil maken in het dagelijkse praatje en iemand opzettelijk pijn willen doen. Op oorlogspad zijn, omdat haar perfecte imago anders niet schittert.

Ze kijkt mij aan, doet haar best om in mijn ogen te staren. Mevrouw Perfect faalt, krabt achter haar luizenoren en weet niet waar ze de woorden moet zoeken. Ze kan geen antwoord geven, of de oorzaak van haar gedrag benoemen.

“Ik weet het niet.” Ze zucht, slaat haar blik naar de grond en weet dat het geen geldige oorzaak kan hebben. Iemand met hartzeer laat je met rust, steun je en schop je. Mijn voet zal onder zijn achterste eindigen, zodra hij er klaar voor is. Of wij, er klaar mee zijn.

Meneer Blauwtje kreeg via whatsapp het leed onder ogen. Hij zou gedumpt zijn omdat hij losse handen had. Eigenaar van een kort lontje, die tijdens een slippertje een ongewenst relatiegeschenk had opgelopen. Dat cadeau had hij dan natuurlijk met alle vreugde uitgedeeld aan de hartenbreekster. Degene, die ooit zijn hartendief was. Leugens, en fabels.

De grote Alpha slaat nog geen deuk in een pakje boter en kan nog geen groentepot open draaien. Zelfs niet, met de laatste 1, 2, 3-draai sluiting van HAK. En zo gierig als de lakbal is, lijkt het mij erg stug dat hij met geschenken zwaait. Het feit dat zijn hart sloeg, voor zijn ex kan natuurlijk ook een reden zijn. Zijn hart slaat nog steeds, alleen omdat het moet. Omdat het vanzelf gaat, en het tegenhouden hiervan geen optie is.

“Wat verwacht je dan van mij?” Mevrouw Perfect krijgt praatjes, heeft nog steeds het denkvermogen van een gestrande potvis en ziet niet in dat het einde nadert. Haar minuten tikken langzaam weg, als ze zo door gaat is het zand uit haar zandloper des Levens daar. Daar, waar het niet zijn moet. Stil liggend, vast geroest. Zoals haar kunde om zelfstandig te denken.

Zonder nadenken open ik mijn gedachten, trek de deksel van de put en overspoel haar met woorden waarvan zij het bestaan niet eens van kende. Vloeken, doe ik voor gevorderden. Niet voor vrouwtjes Perfect, of hun alter ego. Tranen rollen over haar wangen, vallen op haar witte kunstzijde blouse en ze vraagt mij te stoppen. Ze heeft spijt, pijn en verdraagt het niet langer.

“Het enige waar jij spijt van hebt, is dat je gesnapt bent.” Ik ga zitten, pak mijn telefoon en lees het laatste whatsappje voor. Haar ogen branden, zoals water dit zou doen. Ze pakt haar spullen, verteld mij dat hier ik spijt van krijg en slaat de deur achter haar dicht. De klap is hard, maar niet zo hard als die plaat voor haar perfect geplamuurde bakkes.

Daar zat ik dan, Meneer Blauwtje trok een glimlach op en stak zijn duim omhoog. Hij vertelde mij dat Mevrouw Perfect hem had willen troosten, op een kut van nikkel. Haar beschrijven als goud, kan ik natuurlijk niet. Dat was meteen het punt, waarop ik haar reden vond.

De oorzaak van het geroddel om Meneer Blauwtje zwart te maken was slechts geboren uit afwijzing. Iets wat meer verteld over haar leed, dan dat van hem. Het schreeuwt dat Mevrouw Perfect slechts een Meisje Angst is. Geen vertrouwen in zichzelf, of haar leven. Geen trotse slinger kan vinden en dus opzoek is naar een stervende palmboom. Je kent ze wel, slaphangende bladeren. Zonder leven, trots of pit. Het moet je kink maar zijn.

En nu? Nu ga ik bibberend en bevend wachten op haar wraak. Haar zoete, imperfecte en pitloze reactie

Toevalskracht

Toevalskracht

“Ja, en toen stond ik daar dus. In zijn freaking woonkamer!” Mijn beste vriendin hapt naar lucht, tranen rollen over haar wangen en het gelach is zelfs voor de doven nog te horen. Ze schudt haar hoofd, vraagt wanneer ik het eens ga toegeven.

We wandelen onze winkel in, praten over de vreemdeling en terwijl ik de deur op slot draai loopt hij weer voorbij. Ik zwaai voorzichtig, met een hartslag die niet gezond kan zijn. Je ziet mijn aderen kloppen aan de onderkant van mijn hals, koffie is voorlopig niet nodig.

“Misschien doet zijn slinger het niet eens meer, dwaas.” Mijn beste vriendin spot, lacht en loopt langzaam naar ons verblijf. Ik rol met mijn ogen, vertel haar dat ik niets in hem zie. Met een hoofd als een tomaat, en dus het geloofwaardigheidsniveau van Judas. Geheel niet aanwezig.

“Door jou droom ik zelfs over de Vreemdeling.” Ze valt bijna van haar stoel af, slaat haar armen om haar buik en zegt dat ik nu echt moet stoppen. Plots staat mijn geliefde assistent in de deuropening. Ze schudt haar hoofd, heeft ons verhaal gedeeltelijk meegekregen en weet toch precies waar het over gaat.

Het is de Vreemdeling, kan niet missen. Ik kijk haar aan, knik en geef de strijd voor vandaag maar op. Er valt niets aan te doen. Zodra hij voorbij loopt, zie ik het. Voel ik het, en vreemd genoeg zien we elkaar. Ik kijk, hij kijkt. Het maakt niet uit hoe laat, hoe toevallig of geplant het ook is.

We zien elkaar.

“Hij heeft wel een naam nodig.” Mijn assistent denkt even na. Na enkele seconden verschijnt er een twinkle in haar ogen en wij weten het zeker. Ze heeft een naam voor de Vreemdeling. Willen we het weten? Gaan we de vreemdeling een naam geven, toegeven dat er iets is wat er voor zorgt dat we elkaar keer op keer recht in de ogen kijken? Stiekem is dit het punt waarbij ik het liefste terug had gegaan in de tijd.

Nee Cassilda, je kunt een man van misschien wel begin veertig, geen naam geven. Het is niet gezond dat we elkaar zien, zonder te weten. Weten, dat we elkaar toch wel zien. Vervolgens zwaaien, of een zenuwachtige begroeting eruit flikkeren.

“JACK!!!! Want hij doet mij denken aan Jack Sparrow!” Ik schiet in de lach, kijk naar Mevrouw Twinkle en kan haar geen ongelijk geven. De Metal man heeft inderdaad wat Sparrow trekjes, Jack is dus perfect. Of nouja, de naam past perfect.

Het is wel te hopen, dat Meneer Jack in het echte leven geen Jack heet. Dat hij gewoon een burgerlijk vadertje is, met de juiste muzieksmaak. Graag tientallen keren per dag over het plein loopt en dan gewoon toevallig deze dwaze onderbroekendame aankijkt. Tegen het lijft loopt, of er vluchtig naar zwaait.

Het is te hopen, dat het vinden een illusie is. Dat aantrekkingskracht niet bestaat. Een fabel is. Een sprookje, waarbij we ons voor de gek houden. Dingen achter zaken zoeken, die gewoon heel simpel te verklaren zijn. Dat het leven, eigenlijk maar een saaie bedoeling is en wij zelf heerser zijn in de creaties van onze fantasie. Dat Jack, gewoon een mens is.

Het blijft te hopen, dat Jack geen naam voor mij verzonnen heeft. Want wees eens eerlijk, hoe groot is de kans dat mijn naam dan klopt? Straks noemt hij mij Morticia, omdat mijn scheiding niet altijd even braaf zit. Ik er als een echte doodsgraver in rouw bij kan lopen, tot ik zijn glimlach zie.

Aantrekkingskracht, of toevalskracht.