web analytics

Archief van
Maand: april 2015

Proost

Proost

Ik drink van mijn water
Hij verdrinkt in het bier
Mijn gedachten zijn bij morgen
Zijn ziel is niet meer hier

Waarom blijf ik toch hopen
En wachten tot hij ziet
Dat zwemmen in het bier
Hem geen betere toekomst biedt


Liefje,
We hebben dit gesprek al meerdere malen gevoerd. Het heeft geen zin. Ik praat niet tegen dovenmans oren, maar tegen dronkenmans brein. Er is geen moment van realisatie. Geen begin, of geen eind. Het is slechts herhaling, tot je verdrinkt in het eind.

Als ik kon toveren en geloof me dit zou ik zo graag willen doen, dan was er nog steeds drank op deze wereld. Het hoeft niet allemaal te verdwijnen. Ik gun ieder zo zijn plezier. Maar liefje, als ik kon toveren… Dan toverde ik een ruggengraat. Speciaal voor jou. Zo kan je nee leren zeggen en opstaan. Een wil die net zo sterk is als de drank die je naar achter sloeg. Of net zo sterk als mijn gevoel voor jou. Als ik kon toveren liefje, dan had jij een eigen wil. (Voor zover dat bestaat.)

Ach liefje, het sprookje is uit.

Ik kan nu alleen nog maar zeggen dat sprookjes niet bestaan. Dat hoe graag ik ook zou willen, toveren geen realiteit is. Dus geniet maar.

&Proost.

Maar zonder mij.

Mist

Mist

Als ik niet dood genoeg ben voor het leven, ben ik dan wel levend genoeg voor de dood? Ik ben tegen alles. Anti dood, anti leven en vooral anti mist. We zijn op deze aardkloot gezet om eens verder te kijken dan dat onze neus lang is. Verder te kijken dan de dikke mist die vele van ons om onze bakkes hebben hangen. En, als het even kan onze volgelingen een plezier te doen. De weg naar verlossing ooit succesvol afleggen.

Wat zou jij doen zodra de mist optrekt en jouw wereld probeert te overwinnen? Daar waar je ook kijkt zie je niets, er is niets en je voelt niets. Het is er niet, maar jij bent er wel. Als een of ander vergeten vreemdeling. Gevangen in een omhulsel van de vijand.

De wereld van een idioot is zo groot niet. Vergelijk het met een zwalkende dronkenlap die zijn nek breekt over een drempel. De meest originele vloeken er uit laat vloeien en zijn tong in de knoop legt door zijn pogingen tot een heus filosofisch gesprek. Zijn geheugen laat vliegen en de nacht met beide armen vast klemt. Anders loopt het zo lastig. Hij kruipt naar de opkomende zon. Vragend waarom de mist niet liggen gaat.
Of, vergelijk het met een Leidse griet die haar schedel eens voorstelt aan een ijzeren plank. Zo’n slimme tante die vervolgens niets meer kan herinneren en de woorden niet verder krijgt, dan het puntje van haar tong. Ze blijft slechts kakelen over de mist. En hoe de dommies dat dan doen. Leven in de mist. Zweven van dag naar dag.
Beide zo verstandig als een kleuter in de plaatselijke snoepwinkel.

Maar wanneer de mist verdwijnt en de wereld er ineens weer is, zien wij slechts dat wat we willen zien. Wat wil ik eigenlijk zien? Horen? Denken? Weten? Waarom? Is het niet veiliger in de mist, wetende dat de wereld klein is. Er weinig te ontdekken valt en niets ons van het pad af kan brengen? Of lopen wij met z’n alle al jaren in de mist. Tot er ooit een dag komt waarop alles plots wegtrekt. Ons zichtveld meters verder reikt en de wereld aan onze voeten ligt.

Afgelopen vrijdag liep ik zo slim als ik ben, met mijn hoofd tegen een ijzeren plank. Het gevolg, een hersenschudding. Ik heb mij nog nooit zo dom gevoeld en hoop dan ook dat ik nooit meer in het land der mist hoef te kruipen. Gadverdamme, wat is dit verschrikkelijk zeg.

Echt lelijk

Echt lelijk

Schoonheid zit van binnen. Het is dat wat wij met ons meedragen. De echte pracht en praal zijn de dingen die wij doen wanneer alles om ons heen zwart is. Wanneer het grijs om zich heen grijpt en alle kleuren doet verdwijnen. Schoonheid is de regenboog. Jammer genoeg is de ziel van vele, niets anders dan een zwart gat.

Na een lange werkdag sta ik daar dan. De brievenbus wil weer eens niet open. De strijd tussen de brievenbusklep en mijn handen vreet mij van binnen op en laat mijn humeur dalen. Ik wil dat concertkaartje wat mijn naam schreeuwt hebben.

“Jammer brievenbusje, jij gaat niet mee en je geeft mij nu het kaartje!”

Uiteindelijk win ik. Snel sluit ik met enige agressie de brievenbus. De sleutels landen in mijn tas en ongeduldig als ik ben, open ik de envelop. Daar sta ik dan als een klein kind met mijn laatste concert kaartje. Ik mopper nog snel even wat tegen de brievenbus, draai mij om en kijk recht in zijn gezicht. De Deurman.

“Hey lieverd! Lange dag gehad?”

Gedachten rennen door mijn hoofd.

Shit. Moet ik nu echt antwoord geven? Nee. Waarom? Ik kan best tegen een brievenbus praten. Tuurlijk en dan negeren we de Deurman. Gewoon, omdat het kan. Hij denkt dan alleen maar dat ik gek ben. Ach, dat ben ik toch ook? Waarom maak ik mezelf druk om zijn mening. Het is de Deurman maar. Maar?

Ik schud mijn hoofd en geef toe. De woorden vloeien en de Deurman komt steeds een stukje dichterbij. Hij glimlacht, knikt en wil graag horen hoe mijn dag was. Mijn haren vallen even irritant als altijd voor mijn ogen. Ik kijk hem aan en zie zijn hand voorzichtig uit zijn jaszak komen. De Deurman veegt mijn rebelse haren langzaam achter mijn oor en stuurt een vlugge knipoog.

Alsof bliksem mijn hart trof. Gedachten brachten mijn hart snel weer terug in de realiteit. Het was weer eens zo. De Deurman klinkt misschien heel aardig en leuk, maar is dit niet. Toen zijn hand langs mijn wang gleed, rook ik hem.

“De deur heb je in ieder geval open gekregen.”

Hij lacht, trekt een gekke bek en probeert het gesprek in stand te houden. Vreemd genoeg hoorde ik hem niet meer, zijn geur blokkeerde mijn talent om te luisteren en het enige wat ik wilde was weglopen.

“Is er iets moppie?”

Ik knikte terwijl hij met grote ogen naar mij keek. De Deurman wilde graag weten wat er was. Zijn nieuwsgierigheid fonkelde uit zijn ogen en even leek het alsof hij met mijn antwoorden de jackpot zou kunnen winnen.

“Je ruikt nogal naar de wiet.”

“Wil je ook?”, fluisterde hij.

Hij is echt lelijk.

Schoonheid zit van binnen. Het is dat wat wij met ons meedragen. De echte pracht en praal zijn de dingen die wij doen wanneer alles om ons heen zwart is. Wanneer het grijs om zich heen grijpt en alle kleuren doet verdwijnen. Schoonheid is de regenboog. Jammer genoeg is de ziel van vele, niets anders dan een zwart gat.

Ja. Hij is écht lelijk.