web analytics

Archief van
Maand: september 2015

Varkens in een bus

Varkens in een bus

Ze rolt met haar ogen en zucht. Met haar heksenvingers duwt ze haar bril hoger op haar neus en zucht vervolgens nog een keer. Nee, mijn busbuurvrouw heeft haar dag niet. Ik glimlach en kijk haar nog eens goed aan. Diep in haar ogen, tot mevrouw haar hoofd weg draait.

Stiekem denk ik dat ze het niet zo’n geweldige actie vond. Ik wilde graag naast haar zitten. Haar krullende rode haren kunnen ruiken en haar spannende WhatsApp-gesprekken kunnen meelezen. Lieve busbuurvrouw, ik wilde alleen maar vriendinnen worden! Gezellig onze wildste busverhalen met elkaar delen, totdat de tranen over onze wangen lopen. Tranen van het lachen, spierpijn van het gegiechel en de eerste busbende van het land beginnen. De Bus Angels!

Tijdens onze reis kruipt mevrouw steeds verder weg. Ik doe mijn best om contact te zoeken, maar ze wil niets van mij weten. Stiekem denk ik dat ik wel weet waarom. Ik ben het meisje dat haar brood heeft geplet. Het meisje dat in een volle bus besloot om op haar tas te gaan zitten.

Schandalig, maar waar. Ik kies niet voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten op mijn wiebelige benen. Ik kies voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten op mijn dikke achterste. Met of zonder boterham aan mijn kont geplakt. Ja, schandalig.

Het valt mij op dat we allemaal altijd weten wat manieren zijn. Je hoort ouderen en zwangeren te laten zitten in het openbaar vervoer. We hebben ervoor te zorgen dat oma haar nek niet breekt tijdens het instappen en helpen haar desnoods even met de bagage. Een echte heer of dame herinnert zelfs een leek waar hij of zij uit moet stappen. Ja, we weten het allemaal.

Toch bevind ik mij geregeld in een bus vol met schreeuwende kinders. Monsters die met hun vuile poten de zitplaatsen voor zich versieren met de bagger van straat. Terwijl de geur van een patatje speciaal de bus overheerst en een derde van de zitplaatsen voorzien is van een tas, zoeken oudjes tevergeefs een plekje. De bejaarden vinden een handbeugel in het gangpad en breken bij de komende drempels nog net hun heupen niet.

We weten beter, maar verdrinken liever in onze mobiel. We houden geen rekening met de mensen om ons heen. Busreizigers zijn net een stel varkens in een stal. We sluiten ons in het openbaar vervoer af als een stel autistische zombies voor alles om ons heen en vinden het vreemd als plots iemand boven op onze tas gaat zitten.

Ik bestudeer mijn busbuurvrouw met een sardonische glimlach. Iets jeukt tussen mijn bilspleet. Met een vriendelijk gezicht peuter ik het los van mijn achterste. Ah, ze had jam op haar brood. Ik kijk een keer de varkensstal in en pink het stukje brood weg. Wat een vreemde soort zijn we toch.

Deze column staat tevens op FOK!.

duisternis van verlies

duisternis van verlies

diep in de grond
daar liggen onze dromen
mijn stervende hoop maalt
waar wormen wonen
gedachten vinden stilte
geboren uit diepe duisternis
laten mij alleen zoeken
naar het bekende gemis
wat stilletjes inkroop
vechtend naar mijn hart
brengt nu malende woorden
en maakt alles zwart

De vluchtelingen en het schaap

De vluchtelingen en het schaap

Waar gaat het heen met de wereld? We dobberen met z’n alle maar wat rond en verwachten dat alles vanzelf wel weer goed komt. Starend naar de horizon, wachtend op de kust. Met een beetje geluk overleven we de reis. Misschien winnen we zelfs de jackpot, en neemt een Nederlands gezin ons in huis.

Zet de kijkbuis aan en aanschouw het leed van de wereld. Kleine kinderen spoelen aan. Mannen nemen afscheid van hun gezin, hopend dat de dag van vereniging ooit aan zal breken. Gezinnen worden uit elkaar getrokken en ze zijn allemaal op de vlucht voor het kwaad. Dobberen op een bootje over zilte golven, biddend voor een redding. Een oplossing. Genade.

Of je nu voor of tegen de immigranten bent, het maakt allemaal geen kut meer uit. Ze zijn al onderweg. Duizenden. Het voelt voor mij dan ook of elke oplossing gelijk staat aan dweilen met de kraan open.

Toch denkt niet iedere simpele ziel hier hetzelfde over. Er waren zelfs twee moderne hippies die hun idee de wijde wereld in gooiden. Janet ten Brinke, één van de initiatiefnemers van de Facebook-pagina ‘Ik ben een gastgezin voor een vluchteling’, kon het leed niet langer aanzien. Er moest verandering komen. Al die hulpeloze vluchtelingen verdienen een beetje liefde. Een gezellige middag, een maaltijd en zoals haar man, Jurrien ten Brinke, zo liefkozend meldt; “gewoon de warmte van het samenleven delen.”

Dat het gelovige stel de vluchtelingen niet in huis wil nemen, vertellen ze vervolgens even tussen neus en lippen door. Ze mogen wel gezellig een dagje mee. Of een vorkje meeprikken ’s avonds. Ik bedoel: ze zijn de moeilijkste niet.


Binnen enkele dagen stijgt het aantal gastgezinnen aanzienlijk. Even krijg ik het gevoel alsof Nederland vol zit met zwakkelingen. Mensen die zich alle kanten op laten trekken door de media en niet verder kijken dan hun neus lang is. Op dit moment telt de Facebook community al meer dan 27.000 likes en als we de site gastgezinvoorvluchteling mogen geloven, zijn er meer dan 17.000 gezinnen bereid om zich op te offeren. Om iets goeds voor de samenleving te doen. Om te zeggen; kijk mij eens, ik help!

Ja. Dat is het lieverds. Het is niets anders dan een ‘kijk mij eens geweldig zijn’-actie. Over het leed van een ander heen. Getraumatiseerde mensen opnemen in je leven, om ze naar eigen inzicht te ondersteunen. Dat bijna niemand van ons echt weet hoe het is om een vluchteling te zijn vergeten wij maar even.

Ik vraag me af: waarom alleen de vluchtelingen? Waarom zetten wij de deur niet open voor mishandelde vrouwen die op de vlucht zijn geslagen voor hun ex de psychopaat? Waarom nemen wij daklozen niet mee uit eten? Hebben zij geen honger? Waarom vragen wij de lokale junk niet hoe het met hem gaat? Waarom zijn wij zo mediageil?

Verstandig of niet, schapen heb je altijd.

Deze column staat tevens op FOK!.

Op zoek naar een oplossing

Op zoek naar een oplossing

Met mijn schep los ik problemen op. Ik maak er een eind aan. Sla hem zonder enige aarzeling de grijze massa uit zijn hoofd en terwijl het bloed langs de muren naar beneden druipt, besef ik het. Ik ben net een kind. Met een zandkasteel.

Cassilda ben je dan nu echt gestoord geworden? Laat mij maar even. Kom anders even naast me zitten. Dan staren we samen naar de horizon. Op een denkbeeldige zomerdag, turend naar al dat kleine grut dat het strand versiert met zandkastelen.

Sommige kinderen zijn geboren kunstenaars. Ze bouwen de prachtigste creaties en maken mams en paps maar wat trots. Ja dat is ons ukkie! Die flikt dat! Isabella versiert de kastelen met gevonden schelpen, terwijl haar broertje Frederick zijn weg door de toekomstige grachten schept. Met beleid, want een koninkrijk staat natuurlijk niet binnen een paar tellen. Sommige kinders begrijpen dat. De kunst van de zandkastelen.

Andere monsters begrijpen er geen moer van. Die proppen het zand in een emmertje. Vergeten het zand in de emmer glad te strijken. Een emmertje dat trouwens zijn beste dagen heeft gehad. Het krakkemikkige ding hangt van scheuren aan elkaar. Nee dat kan niet goed gaan. Blinden zien dat nog.

Hoe dan ook, Martin keert het emmertje toch maar om. Hij heeft haast. Zijn maatjes willen zwemmen, vaders heeft een dikke, dronken Duitser gespot en wil eigenlijk een ander plekje gaan zoeken. Martin tikt zacht met zijn schepje op zijn emmer. Bidt tot de goden van het zand. Laat mijn kasteel staan. Laat dit het begin zijn van mijn koninkrijk.

Bibberend tilt hij de emmer op. Het zand stribbelt tegen, grijpt de vrijheid aan en zoals verwacht stort zijn eerste torentje in. Daar ligt het dan. In kleine hoopjes. Het koninkrijk is al gesneuveld voordat het überhaupt de kans op bestaan mocht grijpen. Arme Martin, met zijn haast kwam er natuurlijk niets van terecht.

Kleine Martin geeft niet op. Hij schept zijn emmertje weer vol, zet het bovenop de restanten van zijn ravage en slaat dit keer al zijn hoop uit op de emmer. Met zijn schep mept hij het versleten emmertje in stukken. Boem is ho, en kapot is toch echt kapot. Het zand ligt overal, de scherpe plastic stukken steken her en der uit en vaders schreeuwt dat kleine Martin moet opschieten. Hier komen en snel. Het kleine monster pakt zijn schep, rent snel door zijn verloren koninkrijk heen en kijkt niet meer achterom.

Zou Martin van Rijn zich ook zo voelen? De PGB-Kloot veranderde dit jaar in een hel voor veel persoonsgebonden budgethouders. Het systeem werd aangepast, gemeenten kregen er taken bij en fraude zou eens echt aangepakt worden. Meneertje van Rijn nam overhaaste beslissingen, gaf de betrokken instanties weinig tijd om zich goed voor te bereiden en schreeuwde van de daken dat het allemaal wel goed kwam. Geen ziel die last van de veranderingen zou hebben.

Dit bracht duizenden budgethouders in de problemen. Nieuwsberichten over het falen van Staatssecretaris van Rijn springen ons om de oren en toch sukkelen we door. Martin het schoftje ziet zijn zandkasteel voor zijn voeten liggen. Het losse zand laat zien dat de fundatie niet geschikt is voor een nieuw idee. Het schreeuwt om genade. Toch heeft onze PGB-kloot andere plannen. De budgethouders mogen gezellig voor een herindicatie en dit moet voor 1 oktober gebeuren.

Ik zal niet zeuren over haast en dat ene oude spreekwoord. Misschien biedt mijn schep een betere oplossing.

Deze column staat tevens op FOK!.