web analytics

Archief van
Maand: januari 2016

Geloof

Geloof

“God roept, maar de Duivel wacht?” Hij kijkt mij vol ongeloof aan, schudt zijn hoofd en laat het water bijna te hoog komen. Als hij niet snel kijkt, stroomt het over. Als Ongelovige Thomas niet snel kijkt, dan is God niet de enige die roept. Dan roept hij Hem.

“Je bent ook een vreemde griet hé.” Hij praat als ongelovige, graag over het geloof. Dat van zijn buren, zijn moeder of dat van de kassamiep bij de plaatselijke supermarkt. Maar niet over dat van hem, dat is te persoonlijk. Even trek ik mijn wenkbrauwen op, zucht en schud mijn hoofd.

“Ik vraag toch niet hoe lang je slinger is, ik vraag wat je gelooft.” Meneer Spraakzaam grinnikt, zoals stoere mannen dat doen. Springt snel over op een ander onderwerp, terwijl hij een slok van zijn thee neemt. Ik begrijp er helemaal niets meer van.

Geloof jij

Dat ik geloof

Dat er soms

Niets van

Te geloven valt

“Sommige dingen zijn persoonlijk.” Hij kruipt beetje bij beetje terug. Wetend dat ik antwoord wil en zal krijgen. Meneer Spraakzaam zet zijn thee neer. Ik dump mijn benen op de bank, kijk hem vol vraag aan. Zijn pincode ken ik al maanden, maar zijn geloof?

“Ik geloof niet.” Mijn blik brandde zijn ziel. Ik keek hem aan, kon mijn oren niet geloven. Zijn antwoord schokte niet, maar nu was het ineens zo ver. Ik wist het. Ik had het antwoord, waar ik om vroeg. Zijn handen sloegen ineen, even leek het erop alsof Meneer Spraakzaam een gebedje ging sturen. Naar boven, waar er geroepen werd. Of, stiekem naar beneden, waar de plicht wachtte.

“Maar nu weet je het dus.” Het mannelijke geslacht is een raadsel. Of ik ben dom, loop met een plaat voor mijn bakkes en let niet op de echte boodschap. Verkapt, verstopt en weggemoffeld. Ik blijf naar hem staren, hij glimlacht en knikt. Even bevind ik mij in een andere realiteit. Ik loop de laatste minuten terug in mijn hoofd en probeer de schade te vinden.

Wat kan er nou slecht zijn. Ja, ik weet het. En nu?

“Je stelt altijd maar vragen.” Meneer Spraakzaam wijst mij, op mijn meest irritante eigenschap die ik volgens hem bezit. Mijn brandende nieuwsgierigheid. Als een kleuter in de waarom-fase, opzoek naar antwoorden. Of eigenlijk, vragen. Ik knik, glimlach en weet dat ik een vervelende vragensteller kan zijn.

“Straks vraag je echt persoonlijke dingen.” Hij schudt zijn hoofd, haalt Perception van de pauze stand af en hoopt stiekem dat ik verander in een Netflix kijkende zombie. Als een nieuwsgierige hond, draai ik mijn hoofd. Ik kijk, wacht geduldig op antwoord.

“Hoe lang mijn slinger is?” Meneer Spraakzaam loopt rood aan, kijkt weg en zou volgens mij het liefste door de grond zakken.

“Ik geloof.”, zuchtend vliegen de woorden uit mijn mond. Hij draait voorzichtig zijn hoofd, krabt wat achter zijn oor en ik zie de nieuwsgierigheid branden in zijn ogen.

“Dat ik dat niet wil weten.” Het bankkussentje vliegt naar zijn hoofd, Perception speelt verder en binnen enkele minuten hang ik daar op die bank. Als de hersenloze Netflix zombie die ik kan zijn. Wel zo veilig, geloof ik.