web analytics
Geloof

Geloof

“God roept, maar de Duivel wacht?” Hij kijkt mij vol ongeloof aan, schudt zijn hoofd en laat het water bijna te hoog komen. Als hij niet snel kijkt, stroomt het over. Als Ongelovige Thomas niet snel kijkt, dan is God niet de enige die roept. Dan roept hij Hem.

“Je bent ook een vreemde griet hé.” Hij praat als ongelovige, graag over het geloof. Dat van zijn buren, zijn moeder of dat van de kassamiep bij de plaatselijke supermarkt. Maar niet over dat van hem, dat is te persoonlijk. Even trek ik mijn wenkbrauwen op, zucht en schud mijn hoofd.

“Ik vraag toch niet hoe lang je slinger is, ik vraag wat je gelooft.” Meneer Spraakzaam grinnikt, zoals stoere mannen dat doen. Springt snel over op een ander onderwerp, terwijl hij een slok van zijn thee neemt. Ik begrijp er helemaal niets meer van.

Geloof jij

Dat ik geloof

Dat er soms

Niets van

Te geloven valt

“Sommige dingen zijn persoonlijk.” Hij kruipt beetje bij beetje terug. Wetend dat ik antwoord wil en zal krijgen. Meneer Spraakzaam zet zijn thee neer. Ik dump mijn benen op de bank, kijk hem vol vraag aan. Zijn pincode ken ik al maanden, maar zijn geloof?

“Ik geloof niet.” Mijn blik brandde zijn ziel. Ik keek hem aan, kon mijn oren niet geloven. Zijn antwoord schokte niet, maar nu was het ineens zo ver. Ik wist het. Ik had het antwoord, waar ik om vroeg. Zijn handen sloegen ineen, even leek het erop alsof Meneer Spraakzaam een gebedje ging sturen. Naar boven, waar er geroepen werd. Of, stiekem naar beneden, waar de plicht wachtte.

“Maar nu weet je het dus.” Het mannelijke geslacht is een raadsel. Of ik ben dom, loop met een plaat voor mijn bakkes en let niet op de echte boodschap. Verkapt, verstopt en weggemoffeld. Ik blijf naar hem staren, hij glimlacht en knikt. Even bevind ik mij in een andere realiteit. Ik loop de laatste minuten terug in mijn hoofd en probeer de schade te vinden.

Wat kan er nou slecht zijn. Ja, ik weet het. En nu?

“Je stelt altijd maar vragen.” Meneer Spraakzaam wijst mij, op mijn meest irritante eigenschap die ik volgens hem bezit. Mijn brandende nieuwsgierigheid. Als een kleuter in de waarom-fase, opzoek naar antwoorden. Of eigenlijk, vragen. Ik knik, glimlach en weet dat ik een vervelende vragensteller kan zijn.

“Straks vraag je echt persoonlijke dingen.” Hij schudt zijn hoofd, haalt Perception van de pauze stand af en hoopt stiekem dat ik verander in een Netflix kijkende zombie. Als een nieuwsgierige hond, draai ik mijn hoofd. Ik kijk, wacht geduldig op antwoord.

“Hoe lang mijn slinger is?” Meneer Spraakzaam loopt rood aan, kijkt weg en zou volgens mij het liefste door de grond zakken.

“Ik geloof.”, zuchtend vliegen de woorden uit mijn mond. Hij draait voorzichtig zijn hoofd, krabt wat achter zijn oor en ik zie de nieuwsgierigheid branden in zijn ogen.

“Dat ik dat niet wil weten.” Het bankkussentje vliegt naar zijn hoofd, Perception speelt verder en binnen enkele minuten hang ik daar op die bank. Als de hersenloze Netflix zombie die ik kan zijn. Wel zo veilig, geloof ik.

Een echt wonder

Een echt wonder

Kinderen krijgen is een wonder. Het wordt ons vaak genoeg ingefluisterd en vreemd genoeg roept dit maar één enkele gedachte bij mij op. Kinderen laten ontpoppen als evenwichtige volwassenen die klaar zijn voor de wereld: dat is pas een mirakel.

Misschien bevind ik mij in een verkeerde vriendengroep, hoor ik verhalen van bekenden aan met vooroordelen en zou ik mij (kinderloos als ik ben) niet mogen uitlaten over opvoedkundige kwesties. Toch doe ik het. Oordelen. Praten over dingen die ik anders zou doen. Proberen mij te verbeelden wat de verantwoording voor een mensenleven met je doet. Lukt het? Natuurlijk niet.

Toch kan het hele kinderloze misschien wel een voordeel zijn. Ik luister naar de ervaringen van mijn vriendinnen zonder slaapgebrek. Geen kinderen die een einde aan mijn rust maken. Geen kleine problemen die langzamerhand steeds groter worden wanneer de koters hun eigen pad leren te bewandelen.
Ik ben geen moeder die de hele dag rond wandelt met het ‘doe niet, blijf af en luister nou!’-zinnetje. Nee. Ik ben gewoon een kindloze heks, die het allemaal beter weet. Een griet die van mening is dat er iets aan wanhopige ouders gedaan moet worden.

Test ze. Examineer ze op het ouderschap. Is het verliefde stel in staat om met elkaar een kind groot te brengen? Kunnen zij de slapeloze nachten aan? Zijn ze opgewassen tegen de streken die de kleine monsters zullen uithalen? En misschien nog wel belangrijker, kunnen zij elkaar met respect behandelen wanneer de relatie voorbij is en het kind dupe is van een gebroken thuis?

Hartzeer is voor velen van ons rampzalig. We verdrinken in verdriet, proberen de ex het leven zuur te maken en feesten er in sommige gevallen op los. Maar wat wanneer er een kind in het spel is. Zijn wij dan nog steeds papa? Mama? De rots in de branding voor ons kind? Of maken wij misbruik van de situatie en gebruiken wij ons kind om de tegenpartij eens flink dwars te zitten?

In mijn directe omgeving is het momenteel feest. Mevrouw Wereldmoeder heeft haar vent het huis uitgezet. Verbrak al het contact en liet Wereldvader zijn zoon niet meer zien. Elk weldenkend wezen zou wijzen naar een advocaat. Een bezoekregeling adviseren en het kind ontlasten van alle stress die dit soort zaken met zich meebrengen.
Wereldvader werkt zes dagen per week, heeft geen vaste vrije dag en tolereert het gedrag van zijn ex. Vriendin. Ex. Hoe ze tegenwoordig een knipperlichtrelatie ook durven noemen, hij pikt het. Zij neemt het er flink van. En het kind? Dat sukkelt door.

De kleine koter ziet hoe zijn ouders met elkaar omgaan en zal dit over een aantal jaar als normaal beschouwen. Op zijn beurt zal hij dit gedrag herhalen met zijn toekomstige vriendinnen, wat ooit voor nieuwe monsters zal zorgen. En dan? Is het examen ouderschap tegen die tijd misschien geen fantasie meer?

Niemand kan zichzelf voorbereiden op het ouderschap. De ouders in onze omgeving kunnen ons adviseren. Wellicht kunnen ze ons hier en daar een probleem besparen, maar er is niemand die ons kan laten voelen hoe het is. We zijn slechts onszelf. Een stel egoïsten die een onschuldig mensje op de wereld trappen. Kinderen goed opvoeden is een wonder.

Deze column staat tevens op FOK!.

rotatie van tijd

rotatie van tijd

winter daalt neer
omarmt ons kil
maakt een einde
aan zomers gegil
liefde brengt warmte
brengt ons kleur
de herfst verandert
het hopende humeur
een nieuwe kans
voor het einde
tot de lente
vanzelf weer verschijnt

tranen als kompassen

tranen als kompassen

druppels verbinden
wat ooit was
mist vergaat
een web als kompas
wanneer alles hangt
aan vers spinnendraad
bedenk dan snel
vandaag draagt geen haat
ze laat ons zien
dat tranen verbinden
waar de mist ons
de enige weg laat vinden

stralen van hoop

stralen van hoop

harten worden gebroken
door gewicht van steen
woorden onbesproken
maken alles alleen
tot stralen van boven
strijden buiten
ons hart binnen komen
en steen buitensluiten

Varkens in een bus

Varkens in een bus

Ze rolt met haar ogen en zucht. Met haar heksenvingers duwt ze haar bril hoger op haar neus en zucht vervolgens nog een keer. Nee, mijn busbuurvrouw heeft haar dag niet. Ik glimlach en kijk haar nog eens goed aan. Diep in haar ogen, tot mevrouw haar hoofd weg draait.

Stiekem denk ik dat ze het niet zo’n geweldige actie vond. Ik wilde graag naast haar zitten. Haar krullende rode haren kunnen ruiken en haar spannende WhatsApp-gesprekken kunnen meelezen. Lieve busbuurvrouw, ik wilde alleen maar vriendinnen worden! Gezellig onze wildste busverhalen met elkaar delen, totdat de tranen over onze wangen lopen. Tranen van het lachen, spierpijn van het gegiechel en de eerste busbende van het land beginnen. De Bus Angels!

Tijdens onze reis kruipt mevrouw steeds verder weg. Ik doe mijn best om contact te zoeken, maar ze wil niets van mij weten. Stiekem denk ik dat ik wel weet waarom. Ik ben het meisje dat haar brood heeft geplet. Het meisje dat in een volle bus besloot om op haar tas te gaan zitten.

Schandalig, maar waar. Ik kies niet voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten op mijn wiebelige benen. Ik kies voor een weg vol kuilen, drempels en stoplichten op mijn dikke achterste. Met of zonder boterham aan mijn kont geplakt. Ja, schandalig.

Het valt mij op dat we allemaal altijd weten wat manieren zijn. Je hoort ouderen en zwangeren te laten zitten in het openbaar vervoer. We hebben ervoor te zorgen dat oma haar nek niet breekt tijdens het instappen en helpen haar desnoods even met de bagage. Een echte heer of dame herinnert zelfs een leek waar hij of zij uit moet stappen. Ja, we weten het allemaal.

Toch bevind ik mij geregeld in een bus vol met schreeuwende kinders. Monsters die met hun vuile poten de zitplaatsen voor zich versieren met de bagger van straat. Terwijl de geur van een patatje speciaal de bus overheerst en een derde van de zitplaatsen voorzien is van een tas, zoeken oudjes tevergeefs een plekje. De bejaarden vinden een handbeugel in het gangpad en breken bij de komende drempels nog net hun heupen niet.

We weten beter, maar verdrinken liever in onze mobiel. We houden geen rekening met de mensen om ons heen. Busreizigers zijn net een stel varkens in een stal. We sluiten ons in het openbaar vervoer af als een stel autistische zombies voor alles om ons heen en vinden het vreemd als plots iemand boven op onze tas gaat zitten.

Ik bestudeer mijn busbuurvrouw met een sardonische glimlach. Iets jeukt tussen mijn bilspleet. Met een vriendelijk gezicht peuter ik het los van mijn achterste. Ah, ze had jam op haar brood. Ik kijk een keer de varkensstal in en pink het stukje brood weg. Wat een vreemde soort zijn we toch.

Deze column staat tevens op FOK!.

duisternis van verlies

duisternis van verlies

diep in de grond
daar liggen onze dromen
mijn stervende hoop maalt
waar wormen wonen
gedachten vinden stilte
geboren uit diepe duisternis
laten mij alleen zoeken
naar het bekende gemis
wat stilletjes inkroop
vechtend naar mijn hart
brengt nu malende woorden
en maakt alles zwart